Een facultaire set kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Iemand voldoet aan additionele kwaliteitscriteria in ons managersfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

Maribella, de Arie de Jager Chair of Dutch Studies zat achter haar bureau en probeerde de brief te begrijpen die haar faculteit haar had gestuurd.

De faculteit Humanities Studies kent sinds 2013 een systeem van dynamisering van onderzoektijd voor individuele medewerkers. Dat wil zeggen dat aan medewerkers in vaste dienst (UD’s, UHD’s en hoogleraren), of met uitzicht daarop, onderzoektijd wordt toebedeeld op basis van een beoordeling van hun output.

Er werd aan de deur geklopt. “Joehoe!” riep Maribella, want ze had sinds ze uit Amerika gekomen was geleerd dat zulks iedere deur deed opengaan. Inderdaad kwam er een slungelige jongen binnen, die Maribella nog nooit gezien had. “Hoi,” zei hij.

“Dag,” zei Maribella, en las verder.

De afgelopen maanden heeft deze beoordeling plaatsgevonden, aan de hand van een facultaire set kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren (zie bijlage voor de procedure en indicatoren), over de periode 2012-2017.

“Pardon, mevrouw”, zei de jongen. “Ik kom voor het tentamen.”

Maribella keek op. “Het tentamen was vorige week,” legde ze uit.

“Ja,” zei de jongen, “maar we mochten het vandaag inzien.”

“Inzien?”

“Om te zien hoe we het gemaakt hebben.”

“Maar jullie hebben je punt toch gehad?”

“Ik wou zien wat ik fout had gedaan. Of u dat wel juist had beoordeeld..”

“Ok,” zei Maribella enigszins verward. Gelukkig wist ze dat je in Nederland als docent geacht werd alle examens vijf jaar lang in een brandkast te leggen. Ze pakte het stapeltje eruit en legde het voor de jongen neer. “Zoek je eigen werk er maar uit.”

Ze boog zich weer over de brief:

Hierbij is de output (zoals geregistreerd in Pure) afgezet tegen de onderzoektijd die gedurende deze periode was toegekend binnen een dienstverband aan deze universiteit. Er is rekening gehouden met bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals langdurige ziekte en zwangerschap. Ieders onderzoeksresultaten zijn beoordeeld door de onderzoekdirecteuren en departementshoofden, indien nodig in overleg met de leidinggevenden, onder voorzitterschap van oud-vicedecaan prof. dr. Mieke de Denker. Het door hen uitgebrachte advies is in december door mij bekrachtigd. In uw geval heeft deze procedure geleid tot het volgende besluit.

Ze keek even naar de student die aandachtig over zijn tentamen gebogen zat. Hij had zijn telefoon ernaast gelegd, waarop hij de tentamenvragen consulteerde. Toen hij merkte dat zij naar hem keek, glimlachte hij even minzaam.

Omdat u voldoet aan de additionele kwaliteitscriteria, wordt aan u per 1 september 2019 het hoge percentage onderzoektijd toegekend (50% voor HL en UHD; 40% voor UD). Deze toekenning betreft de periode van 1 september 2019 tot 1 september 2022.

“Huh?” dacht Maribella nu eindelijk. Hoezo was haar dit ‘toegekend’? Ze dacht dat het de afspraak was die met haar gemaakt was toen ze in dienst trad. Bovendien: was voor deze beslissing nu echt door al die belangrijke mensen haar ‘output’ als medewerker van ‘deze universiteit’ beoordeeld tussen 2012 en 2017? Toen was ze toch helemaal niet in dienst?

Ze keek naar de jongen, die met zijn vinger voorzichtig over het tentamen ging.

Bij de brief zat een bijlage van acht kantjes waarin inderdaad in groot detail de procedure en de criteria uit de doeken werden gedaan. Ook de brief zelf ging nog even door, maar ze besloot dat ze ook deze maar in de brandkast zou opbergen. Ze keek alleen nog even naar het slot:

Voor een eventuele toelichting op dit besluit verwijs ik u in eerste instantie naar uw onderzoekdirecteur. Indien u vervolgens van mening bent dat toepassing van de indicatoren in uw geval tot een andere uitkomst zou moeten leiden, kunt u dit voor 29 februari a.s. gemotiveerd aan mij kenbaar maken.
Ik hoop u hiermee voorlopig voldoende geïnformeerd te hebben.

“Mevrouw”, zei de jongen. “Ik heb toch wel iets over vraag 1. U hebt mij daar 0,7 punt van de totale 1,0 toegekend. Ik vind dat onredelijk. U zegt dat u deze zin niet kunt lezen, maar als docent hebt u wel de plicht. Ik vind dat ik daar 0,8 heb verdiend.”

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.