De schijnduidelijkheid van begrippen 1/2: inflatiecorrectie

Nultaal (20)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze serie gaat het niet alleen over niets dat iets is, maar ook over iets dat soms zo verwarrend is dat we er niets mee kunnen beginnen. In deze aflevering een anekdote, in de letterlijke betekenis van het Griekse ‘anekdotos’, een nog onuitgegeven, vaak historisch,  grappig verhaaltje over een  bijzonderheid. Het volgende verhaaltje komt nu voor het eerst op schrift.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw mocht ik op initiatief van de toenmalige Tweede Kamervoorzitter, Anne Vondeling, een pas uitgesproken troonrede vertalen, een rede die ook voor de huiskamers bestemd is maar die bekritiseerd werd als onbegrijpelijke, rituele Ridderzaal-tekst. We waren aangekomen bij de zin die ging over handhaving van tijdelijke, verzachtende belastingmaatregelen in verband met de hoge inflatie in die jaren. We konden achterhalen dat de zin heel concreet het volgende betekende:

  • De inflatiecorrectie zal voor 80% worden toegepast.

We waren aan het werk in het Tweede Kamergebouw. Daar zat ik naast het bureau van de Voorzitter (als piepjonge, o zo trotse neerlandicus). Het was er altijd een komen en gaan van politici en Kamerleden. De Voorzitter vroeg vier toevallige bezoekers naar de betekenis van deze zin, en we kregen de volgende reacties. Een fractieleider: “O, staat die zin er al weer in de troonrede? Ja, dat is iets met belastingteruggave.” Een financieel specialist: “Ja, de waarde van het geld vermindert, dat wordt voor 80% vergoed.” Een griffier: “Ik vermoed dat de prijsstijgingen voor 80% worden vergoed.” Een Kamerlid:  “Nou, dat is toch duidelijk: eh, kijk, eh, de lonen worden voor 80% aangepast, eh, wacht, ik vraag het na.”

Een jaar later maakte de troonrede wéér melding van de tijdelijke maatregel, nu in de concrete formulering zoals hierboven aangegeven. Er werd een vertaalwedstrijd georganiseerd. Uit de talrijke inzendingen hier vier voorbeelden. Vraag: welke hiervan werd goedgekeurd door deskundigen van het Ministerie van Financiën?

  1. Van de waardevermindering van het geld wordt 80% vergoed.
  2. De tekorten die ten gevolge van de inflatie ontstaan, zullen voor 80% door de regering worden gedekt.
  3. Door inflatie betalen we te veel belastingen, daar krijgen we 80% van terug.
  4. Het plan om de geldontwaarding tegen te gaan zal voor 80% worden uitgevoerd.

Alleen vertaling 3 werd als correct beoordeeld. Bij 1 zou de Nederlandse staat onmiddellijk failliet zijn. Bij 2 moet eerst bepaald worden om welke tekorten het gaat en hoe hoog die dan zijn. Gesteld al dat hier een eenduidig antwoord op komt, dan nog treedt de situatie onder 1 in werking. Bij 4 zou er een plan moeten liggen om inflatie tegen te gaan. Tot nu toe zijn er geen politici gevonden die het aandurven om opdracht te geven voor het schrijven van zo’n plan.

U hebt natuurlijk vertaling 3 aangekruist. Maar veel deskundige inzenders hadden toch een heel andere interpretatie. Als een belangrijk begrip als inflatiecorrectie zo onduidelijk blijft, dan blijft zo’n begrip in feite toch leeg. Dan verwijst iets in feite naar niets. Komt dit vaak voor? Ja. Daarom volgende week nog een (actueler) voorbeeld.