Bespottelijke vrouwen en de boerse Nederlandse taal

Door Marc van Oostendorp

Portret van W.F.G. Verhoeven in 1790 geschilderd door H.J. van den Nieuwenhuyzen (Stadsmuseum Mechelen). Bron: DBNL.

Dat samenlevingen soms overstappen op een andere taal, is bekend. Dat de meeste mensen dat een ongunstige ontwikkeling vinden eveneens. In zo’n geval rijst natuurlijk al snel de vraag: wiens schuld is dat eigenlijk? In de loop van de geschiedenis blijkt het antwoord daarop vaak  te zijn geweest: van de vrouwen. Ik ben de laatste tijd wat voorbeelden aan het verzamelen uit de Nederlandse literatuur.

Neem bijvoorbeeld de Oordeelkundige Verhandelingen op de noodzaekelijkheijd van het behouden der Nederduijtsche taele, en de noodige hervormingen in de scholen etc (1780) van de Mechelse lakenkoopman Willem Frans Gommaar Verhoeven (1738-1809), die zich in felle woorden tegen de ‘verfransching’ verzette en daarmee een voorloper werd van de politieke strijd voor het Nederlands die decennia na Verhoevens schotschrift pas echt zou losbarsten.

Volgens Verhoeven was die verandering te wijten aan vrouwen:

Hoe dikwijls hoort men die bespottelijke vrouwen niet zeggen dat er iets hards, plomps en boersch in de Nederlandsche taele is, dat de Franse zonder de ooren te stooren alles met eene zekere aengenaemheijd uijtdrukt; dat die taele voor de schoone kunne schijnt gemaekt te zijn, dat zij den grondhertogen tolk is van de minnarijen; en dat zij liever drij dagen met eenen Franschman door brengen als een uur met den welspreekendsten Nederlander.

Als sociolinguïstische observatie is dit misschien meer dan alleen een uiting van laat achttiende-eeuwse misogynie. Als er verschillen zijn tussen vrouwentaal en mannentaal in culturen – en die verschillen zijn er in veel culturen over de hele wereld, zij het niet in alle –, worden die vaak in deze termen beschreven: vrouwen zijn meer geïnteresseerd in de prestige van standaardtalen, en wat daarvan afwijkt wordt vaak als hard, plomp en boers gezien. Mannen zijn in dit opzicht minder geneigd zich aan te passen. In een cultuur als die in Vlaanderen gold aan het eind van de achttiende eeuw is het dus niet zo gek als het Frans ‘vrouwelijk’ en ‘aangenaam voor de oren’ wordt gevonden, en het Nederlands ‘hard, plomp en boers’.

Dat zijn allebei onzinnige oordelen, maar het is net zo onzinnig om mensen bespottelijk te vinden die zulke oordelen uiten, vooral als men daartegenover stelt dat het Nederlands juist heel precies is en niet zo verslapt als het Frans. Want dat is even goed een onzinnig oordeel.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.