Wat als betekent

Door Marc van Oostendorp

Het meest onontsluierde raadsel van alle onontsluierde raadselen van de taal is betekenis. ‘Een man loopt op straat’: wat betekent dat? Is het een plaatje van iemand in een straatbeeld? Verwijst het op de een of andere manier naar de werkelijkheid, zo ja, hoe? Wat komt er precies in je koppie als je zo’n zin hoort?

Het meeste succes hebben de taalkundigen die betekenis bestuderen, de semantici, bij de logische aspecten van betekenis: de betekenis van woorden als en en of, van iedereen en niemand: woorden waaraan iets te rekenen valt. En toch valt daar nog van alles aan te pluizen. Dat bewijst een recent artikel over het woord als van de Amsterdamse semantici Robert de Rooy en Katrun Schulz in het Journal of Logic, Language and Information.

Er is iets raars met de volgende zin, zeggen De Rooy en Schulz, en het is lastig om het daar niet eens mee te zijn:

  • Als het vandaag zonnig is, won Jan Ullrich de Tour de France in 1997.

Strikt logisch is er niets mis met die zin, vooral omdat het tweede deel van de zin waar is. Deze zin klopt dus, zelfs als het buiten regent. Toch klinkt die zin raar en dat komt waarschijnlijk door we geen causale relatie zien tussen het weer buiten en een sportbericht van lang geleden. Kennelijk is die causale relatie nodig.

We moeten zelfs voor onszelf de illusie kunnen ophouden dat de genoemde causale relatie de énige is. Een zin als de volgende is ook raar in een situatie dat iemand een willekeurige kaart uit een gewoon spel kaarten heeft gepakt en er in geen velden of wegen een goochelaar te vinden is:

  • Als dit een zwarte kaart is, dan is het een schoppen 9.

Je zegt bij zo’n zin niet: die is voor 1/52e waar. Je zegt: hij is raar. Of eventueel: er is toch een goochelaar in de buurt, want dan is er dus wél een causale relatie.

Er is trouwens ook nog een ander als. De Rooy en Schulz wijzen op paren zoals de volgende:

  • Als er vuur is, is er rook.
  • Als er rook is, is er vuur.
  • Als Jan nerveus is, rookt hij.
  • Als Jan rookt, is hij nerveus.

De eerste van deze paren is steeds de causale relatie zoals hier bedoelt: vuur veroorzaakt rook, en nervositeit leidt tot roken. De tweede zinnen van de paren zijn juist niet causaal (rook leidt niet tot vuur, en roken niet per se tot nervositeit) maar zijn misschien nog wel gebruikelijker. In dit geval is de relatie wat De Rooy en Schulz noemen een evidentiële: rook is een aanwijzing (evidentie) voor vuur, dat iemand rookt is een teken dat hij nerveus is. Dat is een heel ander soort logisch verband, maar je gebruikt er in allerlei talen dezelfde woorden voor.

Hoe zit dat? Wat zegt dat over de manier waarop de mens praat en denkt? Dat is voorlopig een raadsel.