Gedicht: Guido Gezelle • o Kinders van de locht

o Kinders van de locht,
gesneeuwde blommigheden;
o sterrenpulver, fijn
gevijlsel van krystaal;
zoo teêr dat, schaars gelijfd,
gij weg zijt en verleden,
zoohaast ik, waar gij valt,
u volge en adem haal
te roekeloos! Winterdonst,
die zichtbaar zijt in ’t spelen
der zonnekrachten, niets
en evenaart u hier,
’t en zij … ‘k moet hooger op,
zal ik een beeld u stelen,
‘k moet door de wolken heen,
tot in den hemel schier!

Guido Gezelle (1830-1899)

• Guido Gezelle, de Vlaamse priesterdichter, ving de sneeuwvlokken op zijn donkere soutane en raakte in pure verrukking over zóveel schoons. “Winter-muggen” noemde hij ze, en “kinders van de lucht”, “sterrenpulver”, “kristalvijlsel”, “winterdonst”.
De “gesneeuwde blommigheden” die hij met ingehouden adem probeerde te bekijken, boeiden en fascineerden hem evenzeer als het bloeien van een madeliefje of het gescharrel van een watertorretje boven het oppervlak van een sloot.
[Eilanden-Nieuws, 1967]

———————————–