Een ongecontroleerde wetenschappelijke bevinding

Door Marc van Oostendorp

Nederlandse dialectgroepen. Kaart door Peter Kleiweg, John Nerbonne en Martijn Wieling.

Waar speelt de taalwetenschappelijke discussie zich eigenlijk af? In de wetenschappelijke literatuur of inmiddels ook daarbuiten? Omdat ik ook maar gewoon een deskundige ben, schreef ik vorig jaar nog dit stuk waarin ik uitlegde dat het verschil tussen talen en dialecten niet taalkundig te maken valt. Maar nu blijkt dat toch ook weer niet te kloppen, althans, wanneer je dit recente artikel van Søren Wichmann mag geloven.

Wichmann beschrijft een techniek waarmee je de afstand tussen twee talen kunt meten. Die techniek is simpel, en levert een schaal van afstanden op, maar die schaal laat volgens Wichmann een duidelijke tweedeling zien. Wanneer je twee willekeurige talen of dialecten neemt uit een grote database van talen, lijken ze ofwel sterk op elkaar, of is er minstens een redelijk groot verschil. Er is een bepaalde afstand – niet groot, niet klein – die maar door heel weinig taalparen bereikt wordt. Het lijkt er dus op alsof het verschil tussen dialecten – de systemen liggen dicht bij elkaar – of talen – ze liggen ver uit elkaar – wel degelijk precies en zelfs meetbaar kan worden gemaakt.

Wichmann laat zien dat de meeste erkende ‘dialecten’ volgens deze maat ook als zodanig herkend worden. Twijfelgevallen zijn precies bijvoorbeeld het Bosnisch, het Servisch en het Kroatisch – ooit dialecten van het Joegoslavisch en nu onafhankelijke talen volgens de powers that be.

Er valt wel meer over het artikel te zeggen, maar wat mij nu even vooral interesseert: dat Wichmann dit artikel publiceerde op een grote website voor een algemeen publiek (Aeon). Het (door hemzelf geschreven) wetenschappelijke artikel waarop hij het baseert, is nog ‘under review’, dat wil zeggen, ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift maar daarin nog niet geaccepteerd (en meestal betekent dat: nog lang niet geaccepteerd, want zo’n artikel gaat door allerlei beoordelingsslagen).

Is dat nu erg? De redenering die Wichmann gebruikt is eenvoudig. Ik heb de indruk dat hij zijn methode in Aeon helemaal uitlegt, en deze valt ook zonder veel taalkundige training te begrijpen. Het belangrijkste potentiële probleem is dat de berekeningen van afstanden niet kloppen; zoiets zou er door de beoordelaars dan uitgehaald moeten worden. Maar hoe waarschijnlijk is dat het niet klopt? Alle gegevens die Wichmann gebruikt zijn openbaar toegankelijk, en je kunt dus als je het wilt zo meerekenen.

Als hij onzin verkoopt, bederft hij zijn reputatie. Omgekeerd wordt hij door deze bevinding nu ook weer niet in een klap wereldberoemd. Hij heeft er dus alle belang bij om zorgvuldig te zijn. Wat heeft de extra procedure van beoordeling dan nog bij te dragen?

(Ik ben een paar jaar geleden een tijdje de huisbaas van Søren Wichmann geweest, want zo zit onze wereld in elkaar.)