Ik meen te mogen zeggen dat onder al deze opzichten Max Havelaar als een werk van aanzienlijke waarde mag worden beschouwd.

De Multatulileescursus (10)

– We zijn inderdaad vandaag wel met een klein gezelschap. Jouw aankondiging dat we vandaag over een literatuurwetenschappelijk werk zouden spreken heeft kennelijk heel veel mensen afgeschrikt.

– Ja, het is dan ook wel een boek met een geschiedenis: De structuur van de Max Havelaar van A.L. Sötemann uit 1966.

– Meer dan vijftig jaar geleden alweer.

– Maar het boek werd onder sommige Nederlandse intellectuelen vooral bekend door de karikatuur die Karel van het Reve ervan maakte in zijn Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid

– Wie was Karel van het Reve?

– Iemand die zich erop liet voorstaan dat hij nooit iets uitzocht als hij erover schreef, omdat hij zo trots was op zijn gezonde verstand. Een ideale schrijver, daarom, voor niet-lezers. En daarom de lieveling van het Nederlandse lezerspubliek.

– Ja, en op zeker moment hield hij een lezing voor een publiek waarin ook allerlei literatuurwetenschappers zaten die hij dan belachelijk maakte.

– Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind die Karel van het Reve best een aardige schrijver.

– Oh ja? Wat schreef hij dan voor aardigs?

– Nou, eh, die geschiedenis van de Russische literatuur, en zo.

– Van het Reve is geloof ik de minst controversiële schrijver van Nederland. Ik ben nog nooit een Nederlandse intellectueel tegengekomen die niet in zijn knuistje lachte wanneer die man iets zei. Zo erudiet! En toch zo gewoon gebleven!

– Jongens, even terzake. Een van de doelwitten van Van het Reve was Sötemann en diens boek over Max Havelaar:

In dat boek vertelt hij ons, geheel naar waarheid, dat je aan de ene kant Droogstoppel hebt en aan de andere kant Havelaar, en dat het boek eerst geschreven wordt door Droogstoppel, vervolgens door een onduidelijke Duitser, zekere Stern, die volontair is op het kantoor van Droogstoppel, dat we ook pennevruchten van Havelaar te lezen krijgen en dat ten slotte ‘ik, Multatuli’ de anderen de pen uit handen neemt voor de slotperoratie. En dat wisten we allemaal al lang. Ik merkte dat reeds op toen ik als dertien- of veertienjarige het boek voor het eerst las. Is het nu, vraag ik mij af, zo dwaas van mij als ik, het boek van Sötemann over die Havelaar openend, de wens koester daar althans enkele dingen over de Havelaar aan te treffen die ik niet heb opgemerkt, die nieuw voor me zijn?

– Tjonge, ik had dat niet gelezen, maar dat is inderdaad wel erg flauw. Hij maakt een samenvatting van wat Sötemann zegt en haalt daar alleen de triviaalste dingen uit om vervolgens Sötemann te bespotten omdat hij zulke triviale dingen zegt.

– Het hoofdstuk van Sötemann over die kwestie van het perspectief is inderdaad wel een stuk subtieler. Het gaat er niet alleen om dat die auteurs inderdaad om en om aan het woord zijn – en niet na elkaar zoals Van het Reve denkt –, maar dat Multatuli daar een aantal trucs bij gebruikt. Zoals dat het stuk van Droogstoppel echt van binnenuit het persoon is verteld, terwijl Stern altijd een beetje buiten de stof blijft staan.

– Zodat je als lezer het signaal krijgt dat die Stern veel betrouwbaarder is dan Droogstoppel – een oordeel dat uiteindelijk door ‘ik, Multatuli’ wordt bevestigd.

– Ik had het niet beter kunnen zeggen.

– Ik vind Sötemanns boek daarom juist heel prettige lectuur. Het is misschien een beetje stijf, en ik weet ook wel dat latere lezers als Saskia Pieterse erop hebben gewezen dat hij de compositie wel als héél hecht ziet, maar zelfs dat valt wel mee als je overweegt dat het een proefschrift is van meer dan 50 jaar geleden. Hij heeft een goed oog voor detail, en laat heel precies zien hoe Multatuli allerlei draden in zijn boek zet waardoor het allemaal heel chaotisch lijkt, terwijl het uiteindelijk allemaal helemaal aan het eind heel precies in elkaar valt.

– Typisch Van het Reve, kortom: niks echt goed lezen en dat dan belachelijk maken. Hij vindt dat Sötemann er niets van begrepen heeft omdat hij niet wetenschappelijk aantoont dat Max Havelaar een literair meesterwerk is…

– … terwijl Sötemann dat in het slothoofdstuk in ieder geval wel probeert, maar dat heeft die Karel kennelijk inderhaast niet gelezen…

Ik meen te mogen zeggen dat onder al deze opzichten (…) Max Havelaar (…) als een werk van aanzienlijke waarde mag worden beschouwd.

– …inderdaad. Precies waar Sötemann doet waarvan Van het Reve zegt dat hij het niet doet, maar wel zou moeten doen, is hij op zijn zwakst…

– … en omdat hij geen oog heeft voor de grappige tussenzinnetjes, want die maken dit boek pas echt een meesterwerk…

– Jongens, gaan we nu de hele avond over die vervelende Leidse professor praten?

– Ik vond dat je daarnet wel een beetje erg positief was over Sötemanns stijl, hoor. Neem nu een passage als deze, waar heb ik hem, die is toch wel meer dan alleen maar een beetje ‘stijf’:

Men zou de formulering die ik aan het einde van hoofdstuk v gegeven heb als generaliserend en abstraherend resultaat van de analyse van het cumulatieproces, nog verder kunnen toespitsen in dezelfde richting, en dan poneren dat het grondmotief van het werk is: de gerechtigheid. Deze ethische categorie wordt door Multatuli gesteld als fundamenteel en absoluut postulaat, als categorische imperatief: de mens dient rechtvaardig te zijn – men zou bijna zeggen: bestáát om rechtvaardig te zijn – ongeacht de sociale en individuele situaties en consequenties, en eventueel zelfs tégen degenen in, die het willig slachtoffer zijn van onrechtvaardigheid. De verpersoonlijking van dit principe is een man die volstrekt eerlijk en zelfverloochenend het beginsel der gerechtigheid in de wereld tracht te verwerkelijken, met geduld en zachtmoedigheid; een man ook die, gegeven zijn persoonlijkheid, geen andere keus heeft dan dit na te streven.

– Goed, ik geef toe: het is geen pareltje. Maar Sötemann zegt hier wel wat ik hier al wekenlang te berde probeer te brengen: dat het Multatuli te doen is om de vraag wat het eigenlijk betekent om mens te zijn, en wat je dan eigenlijk moet doen.

– Rechtvaardig zijn, dus.

– En het verschil tussen mij en Sötemann is dat hij het ook echt bewijst vanuit de tekst.

– Maar is dit niet een beetje een ouderwets soort literatuurwetenschap? Dit soort close reading wordt toch niet echt meer gedaan, of in ieder geval is het nooit meer het unieke onderwerp van een letterkundige studie. Het is op zijn best een instrument.

– Nee, maar dat betreur ik eigenlijk wel, in de literatuurwetenschap, dat iets wat vroeger werd gedaan nu terzijde wordt geschoven ‘omdat het achterhaald is’, terwijl dat ‘achterhaald zijn’ vaak alleen betekent dat men het nu niet meer doet…

– … en niet omdat er een serieuze discussie is geweest en er afdoende argumenten zijn geweest tegen die nu kennelijk achterhaalde methode.

– Nu lijk je zelf toch wel een beetje op een zekere Leidse professor.

– Denken jullie eigenlijk niet dat die Van het Reve meer op Multatuli leek dan Sötemann? Ook Multatuli vereenvoudigde behoorlijk om zijn gelijk te halen en en ander belachelijk te maken. Een wetensschapsman was hij niet.

– Maar de wereld is toch geen wedstrijd ‘wie lijkt het meest op Multatuli’? Hij was een geestige en interessante schrijver, maar ik zou het hem toch niet toevertrouwen om nu eens het werk van anderen te gaan bestuderen en analyseren.

– Je hebt mensen nodig die de dingen goed en scherp en grappig kunnen opschrijven en anderen die uitzoeken hoe het allemaal echt zit. De eersten willen graag doen alsof zij minstens evenveel recht hebben op de waarheid als degenen met nuance, alsof die laatsten alleen maar onnodig ingewikkeld doen. Maar zo zit het natuurlijk niet.

– Oké, mensen, ik denk dat we er nu wel uit zijn. We zien elkaar volgende week voor  de goede, scherpe en grappige brieven in deel 10!

– Ho, wacht eens even, zijn we nu klaar met Max Havelaar? Er is nog zoveel meer over gezegd. Moeten we Gera niet lezen, of Nieuwenhuys of Hermans?

– Geduld! We zijn per slot van rekening een Multatuli-leescursus, he, en niet een club die van alles en nog wat over Multatuli wil lezen. Er zijn nu al zo weinig mensen.

– Geduld!