woord?woord (1/6)

Nultaal (8)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Zo raadselachtig. Je zet twee woorden achter elkaar, bijvoorbeeld vis+meel, en je weet onmiddellijk dat het gaat om meel gemaakt van vissen. Maar doe dat eens met kinder+meel. Met de betekenis ‘gemaakt ván’ kun je toch alleen maar denken aan babyvoeding bij kannibalenouders. Bij kindermeel gaat het om de betekenis ‘gemaakt vóór. Toch is ook bij vismeel de vóór-betekenis wel mogelijk. Immers, een viskweker kan wel vismeel gebruiken, zonder vis erin maar bedoeld voor vissen. Wat gebeurt er toch wanneer we twee woorden aan elkaar plakken? Tussen die woorden zien we geen lijm, er is helemaal niets. – Niets?

In de komende afleveringen van deze serie Nultaal verkennen we het vraagteken in woord?woord. En, dit zeg ik er direct maar bij: aan het eind van deze verkenning volgt een bekentenis van iemand die heeft (moeten) leren inzien dat het niets oneindig is. Maar die bekentenis krijgt pas kracht als alles gelezen is. Lang niet alles kan verteld worden, maar wel genoeg om iets te ervaren van de indrukwekkende weidsheid van het niets tussen twee woorden.

Eerst een aantal beperkingen. Het gaat alleen om het vraagteken in woord?woord. Het gaat niet om het verschijnsel dat in dit soort combinaties verschillende betekenissen van een woord kunnen oplichten. Neem bijvoorbeeld windwaarschuwing en winstwaarschuwing. Bevat dat niets tussen de woorden nu in het ene geval de betekenis ‘te veel’ (wind) en in het andere geval ‘te weinig’ (winst)? Nee, die betekenis zit in het woord ‘waarschuwing’: het signaleren van iets dat je niet (in die omvang) verwacht. Of neem hoofdluis en hoofdpijn. Door de combinatie wordt een ander aspect van ‘hoofd’ opgeroepen: met ‘luis’ gaat het om de buitenkant, met ‘pijn’ om de binnenkant van het hoofd.

Nog een belangrijke beperking. We kijken alleen naar twee combinaties van zelfstandige naamwoorden. Dat zal al moeilijk genoeg blijken te zijn. Dus geen combinaties als: vangnet, mooipraten; rodekool, rookvrij; hardloper, schreeuwlelijk; achterkamer, ondersteboven. Dit zijn verbindingen met respectievelijk als eerste of tweede woord een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een bijwoord of een voorzetsel.

En niet eens alle combinaties van twee zelfstandige naamwoorden doen mee. Het gaat alleen maar om X+Y waarin Y het hoofdelement is, zoals appelboom, appelpunt en appelwangen. X is hier een bepaling of een modificatie van Y. Dit zijn de zogenoemde ‘endocentrische samenstellingen’ waarbij X+Y een hyponiem is van Y, een appelboom is een soort boom, enz. De zogenoemde ‘exocentrische’ samenstellingen doen niet mee. Dat zijn samenstellingen zoals drankorgel of twaalfuurtje, waarin het tweede deel niet de kern vormt: een drankorgel is geen soort orgel, en een twaalfuurtje geen soort uurtje. Ook blijven in deze verkenning samenstellingen buiten beschouwing waarvan de herkomst onzeker is, zoals smartlap, waarin lap waarschijnlijk geen ‘doek’ betekent, of samenstellingen die ondoorzichtig zijn door de betekenis van de samenstellende woorden, zoals apekool en zinnebeeld. Het wordt echt al moeilijk genoeg, bijna te moeilijk.

Maar eerst kan iedereen meedenken én meedoen. Stuur samenstellingen op waarin de relatie tussen de woorden veel uitleg vraagt. En dan bedoel ik geen samenstellingen zoals moederliefde waarin men de relaties onderwerp (liefde van de moeder) of lijdend voorwerp (liefde tot de moeder) kan zien, of samenstellingen met een bepaling, zoals in huiskamer (plaats) of weekabonnement (tijd). Nee, ik bedoel samenstellingen waarbij je veel meer context nodig hebt om de interne relatie te beschrijven. Neem bijvoorbeeld Van Dale’s ‘Woord van het Jaar 2017’ appongeluk. Om de relatie tussen app en ongeluk te beschrijven, is uitleg vereist over bestuurders die tijdens het rijden aan het appen zijn en daardoor een ongeluk veroorzaken. Of neem warmtezombie, dat is iemand die versuft is geraakt als gevolg van dagenlang te warm weer. Wel is er een overeenkomst. In beide gevallen is sprake van een oorzaak. Uiteraard zijn er ook voorbeelden te bedenken zonder een oorzakelijke relatie. Zo mogelijk verwerk ik de voorbeelden in de volgende afleveringen.