‘Nee, jij trekt volle zalen’ en het verstrijken van de tijd

Door Marc van Oostendorp

Gisterenavond was ik in een sentimentele bui en ook nog eens alleen thuis, dus toen dacht ik aan vrienden uit de jaren negentig. Een van hen herinnerde ik me omdat ze dingen zei als “Nee, jouw gezicht zetten ze op een postzegel” en vooral “Nee, jij trekt volle zalen”. Het waren uitdrukkingen op momenten dat iemand een ander aan het kritiseren was.

“Nee, jij trekt volle zalen!” Zou er nog iemand zijn die dat weleens zegt? Je kunt dat op verschillende manieren onderzoeken die in de jaren negentig zelf nog volkomen onbereikbaar waren als je eens een nostalgische avond thuis had. Je kunt het bijvoorbeeld op Twitter gooien, zodat meteen bleek dat allerlei mensen het nog steeds gebruiken:

Over het algemeen leek het erop dat mensen die het gebruikten dat al een tijdje doen. Misschien gaat het zo: er waait een tijdje een mode over en na verloop van tijd hebben de modieuzen er genoeg van, maar bij een enkeling blijft het hangen.

De opvallendste reactie kwam van Roland Giphart:

Toen trad het tweede stadium in, namelijk dat van het onderzoek. Via Delpher of Google Books blijken er inderdaad geen eerdere bronnen te vinden te zijn dan het boek van Giphart (1996). Wat daarbij ook opvalt: dat je in boeken uit die tijd vrij goed kunt zoeken, maar niet in het web van die dagen. Dat lijkt allemaal verdwenen; althans, er is wel The Wayback Machine, maar daar valt zoiets als dit niet in te zoeken. Via Google is de eerste vindplaats een boekverslag van een scholier uit 2000, van het boek van Giphart.

Giphart zelf zei dat hij het boek kende uit de tijd dat hij bij Joop van den Ende werkte:

(Naar mijn idee is dat de sfeer van de jaren negentig samengevat in één tweet.)

De fact checker Enith Vlooswijk kwam ook nog met de suggestie dat het kwam uit een conference van Theo Maassen uit de jaren 90, maar ik weet vooralsnog geen manier om dat efficient te controleren. (Ik bedoel, ik vind de kwestie best interessant, maar nu ook weer niet zo dat ik er dagen speurwerk aan wil wijden.) Misschien weet een van de lezers van dit blog meer? De wiskundige Ionica Smeets beweerde dan weer dat haar moeder (zo gaat dat op Twitter) de uitdrukking misschien van de cabaretier Bert Visscher had overgenomen.

Het lijkt mij dus iets dat uit de jaren negentig stamt en dat vooral nog door mensen wordt gebruikt die in die tijd opgroeiden of hun taal ontwikkelden. Curieus is dan weer dat een van onze taalgevoeligste tijdgenoten er anders over denkt:

Ik vind dat je de observaties van Kuitenbrouwer altijd serieus moet nemen, en het is makkelijk aan te tonen dat de uitdrukking nog volop wordt gebruikt, zij het niet in de kringen waarin ik toevallig verkeer. Maar ik vermoed dat de uitdrukking al heel lang aan populariteit aan het inboeten is; dat hij nog wel even zal blijven bestaan, maar dat hij verdwijnt als mijn generatie (die van Ronald Giphart) uitsterft.

(Dankzij Twitter heb ik nu trouwens ook nog drie varianten van de uitdrukking gevonden: “Nee, jouw ballen hangen waterpas” (van Wouter Steenbeek), “Nee, van jou maken ze posters!” (van Barbara Zwijsen), “Nee, van jou maken ze geurstickers!’ (van Bob Dijkgraaf).

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op ‘Nee, jij trekt volle zalen’ en het verstrijken van de tijd

  1. Henk Wolf schreef:

    Mijn vrouw gebruikt op deze manier vaak: ‘Nee, jij bent leuk’. Zij is in mijn omgeving de enige bij wie dit type uitspraak me weleens is opgevallen.

  2. Marcel Plaatsman schreef:

    Ik heb de uitdrukking zelf voor het eerst gehoord in een reclame van Jägermeister. Dat was er eentje uit een reeks spotjes met twee pratende hertenhoofden aan de muur van ’n café. Het bewuste filmpje kan ik niet terugvinden op YouTube, wel een ander, waarin te horen is dat één van de stemmen die van Kees Prins is. Misschien kun je hem benaderen. Het zou natuurlijk goed kunnen dat de uitdrukking door deze reclame snel een groter publiek bereikte.

Laat een reactie achter