Gedicht: Ruth Lasters & Laurens Hoevenaren

•• In 2014 kende de Turing-wedstrijd twee winnaars – Ruth Lasters en Laurens Hoevenaren –  omdat de jury het niet eens kon worden over wie van de twee de eerste prijs verdiende. Het zijn twee gedichten die wat lastig te vergelijken zijn, maar als u wél een voorkeur heeft, laat die dan weten via eon@planet.nl, en wie weet krijgt de Turing-wedstrijd van 2014 dan toch nog een echte winnaar. De uitslag volgt later deze week.

Witlof

De afzonderlijke oerknallen van
dingen, het (ontstaans)eureka van sorbet, papier, de slede, radio-

golven, de dasknoop, het elektron, poedersuiker. Was het
in stolpen maar ergens bewaard. Grote glazen reservoirs

waaronder men dan bij verwonderingverlies, bij bovenmatig balen
inhaleren kon het prilste, prettigste begrippen-

begin, ontdekkingsenthousiasme.
Dan in zo’n stolp met jou te staan, diep in te ademen de kick

van de vondst van wat wij daarna dan verzoend en -strengeld
weken aten: rauwe, bleke losgewoelde ledematen van

de aarde.

Ruth Lasters (1979)

*

De zotte Charlotte

Op kousenvoeten sluip ik naar het dagverblijf
– ook ’s nachts blijf ik gekleed als dame –
en zie het licht achter de tralieramen
dat alle zinsbegoocheling verdrijft.

Ik tel de dagen, schrijf ze in mijn waaier
met tekenen die niemand lezen kan of zal.
Mijn geest wordt alle dagen taaier
al voeren ze me gif en slachtafval.

Het enige bezoek is van mijn gouvernante.
Ik vraag haar steeds een jurk met diep decolleté;
ze brengt alleen borduurwerk voor me mee
en nooit een groet van oom en tante.

En als ik bij het weggaan vraag:
‘Was het een jongen of een meisje, leeft het nog?’
dan mompelt ze plots heel erg vaag
en zegt alleen: ‘Ach kindje toch.’

Laurens Hoevenaren (1960)

———————————–