Flamenco, flamingo’s en Vlaanderen

Door Viorica Van der Roest

Een raadsel: wat is het verband tussen Andalusische muziek, Vlaanderen en knalroze vogels? Al sinds ik jaren geleden begon met het volgen van flamencodanslessen heb ik me dat afgevraagd. De mysterieuze link tussen de Andalusische flamencomuziek en Vlaanderen (een Vlaming heet een ‘Flamenco’ in het Spaans) is het eigenlijke probleem, maar die roze vogels duiken ook iedere keer op, of je ze nu serieus wilt nemen of niet. Ten eerste gebeurt het regelmatig dat iemand tegen je zegt: “O ja, want jij doet natuurlijk flamingo,” of “Waar volg je die flamingolessen eigenlijk?” Ten tweede is er ooit een serieuze theorie geweest dat de flamencomuziek zijn naam dankt aan de overeenkomsten tuseen mannelijke flamencodansers en flamingo’s. Die overeenkomsten zijn er natuurlijk helemaal niet, dus die theorie is alweer een jaar of honderd geleden het raam uit gegaan.

Maar hoe komt het dan wel dat het adjectief flamenco gebruikt wordt voor de muziek van de gitanos (zigeuners) uit Andalusië? De flamingo blijkt wel degelijk een aanwijzing te bieden, maar niet zoals meestal gedacht wordt, en er blijkt ook nog een andere vogel in het spel.

In Spanje is er geen consensus over de betekenis van flamenco in verband met de Andalusische muziek; wel zijn er verschillende theorieën, sommige wat vreemder dan andere. Zo is er die van de Andalusische nationalist Blas Infante (1885-1936), die beweerde dat flamenco een samentrekking is van het Arabische fellah-mengu, dat zoiets als ‘verbannen boer’ betekent. Dit woord zou verwijzen naar Moorse Andalusiërs die, in de zestiende eeuw vervolgd en opgejaagd door de Spaanse Inquisitie, de bergen introkken, waar ze zich vermengden met ziguenervolken die al eerder de wijk hadden genomen. De (muziek)cultuur van deze groep outcasts werd dan later aangeduid als ‘fellah-mengu’>‘flamenco’. Maar hoe kan het dan, zeggen critici van deze theorie, dat er van dit woord – met zijn toch wel enigszins spectaculaire klankverandering – geen enkele tussenvorm wordt aangetroffen, noch in gesproken taal, noch in geschreven bronnen?

Het is waarschijnlijk dan ook logischer om te kijken naar de betekenissen van het al bestaande woord flamenco in de Spaanse taal, en eventuele aanknopingspunten daarin. Flamenco als zelfstandig naamwoord kan betekenen ‘Vlaming’ of ‘flamingo’ (daar is hij weer); als adjectief betekent het ‘Vlaams’. Verschillende theorieën die de Vlaamse lijn volgen, proberen een historisch verband te leggen met de Vlamingen die met Karel V meekwamen naar het Spaanse hof. Ze zouden, aldus één verklaring, zich verveeld hebben tussen al die ernstige Spanjaarden en aan het feesten geslagen zijn met de zigeuners op straat. Of, misschien werd ‘los Flamencos’ een soort algemene benaming voor vreemdelingen in Spanje. Maar bijna alle theorieën rond dit idee zoeken hun verklaring in de aanwezigheid van Vlaamse hovelingen in het vijftiende-eeuwse Spanje, terwijl iets anders veel meer voor de hand ligt: Vlaams laken.

Inderdaad hebben sommige flamencogeleerden (die bestaan!) gewezen op de mogelijkheid dat de kleurigheid van de flamencodanskostuums er misschien ook iets mee te maken heeft. Karels hovelingen droegen volgens de overlevering rijk versierde kleurige kleding, en de associatie daarmee zou de flamencomuziek haar naam hebben bezorgd. Maar dans heeft misschien niet altijd deel uitgemaakt van de flamencomuziek, en Spaanse etymologische woordenboeken kennen ook de betekenis ‘typisch Andalusisch’ toe aan het adjectief flamenco. Het woord werd dus zeker niet alleen gebruikt om dansers te beschrijven, maar integendeel een hele cultuur.

Met een column in Trouw een paar jaar geleden bracht Flip van Doorn me op het idee om dit spoor toch eens verder te volgen. Hij schreef over de Vlaamse gaai, die voortaan dankzij ornithologen met weinig taalbegrip als ‘gaai’ door het leven moest gaan. Want, aldus de ornithologen, die vogel is helemaal niet Vlaams! Van Doorn meent dat Vlaams in dit geval niet ‘afkomstig uit Vlaanderen’ betekent, maar ‘kleurrijk’. Hij maakt in zijn column ook een kort uitstapje naar bovengenoemde theorieën over de betekenis van het Spaanse flamenco en concludeert uiteindelijk dat de flamingo, net als de Vlaamse gaai, zijn naam te danken heeft aan zijn kleurrijke verenpak.

Nu bestaan er over de herkomst van de naam Vlaamse gaai meer opvattingen, maar dit is er inderdaad één van. Als we even aannemen dat het klopt, is het trouwens wel vreemd dat er in de Nederlandse woordenboeken helemaal geen vormen van het adjectief Vlaams in de betekenis van ‘kleurrijk’ zijn vastgelegd. Maar dat in andere Europese landen Vlaams misschien synoniem werd voor ‘kleurrijk’, vind ik helemaal niet zo’n vreemd idee. Al sinds de Middeleeuwen werden Vlaamse stoffen, onder andere beroemd vanwege hun felle kleuren, door heel Europa verscheept en verhandeld, van Spanje in het Zuiden tot Rusland in het Oosten. Het Roemeense felendreş betekent bijvoorbeeld ‘fijne stof uit Vlaanderen’. Ook hier dacht men bij Vlaanderen dus voornamelijk aan het Vlaamse laken.

In plaats van het kleuraspect te verbinden aan (al dan niet op straat dansende) Vlaamse hovelingen die in de vijftiende eeuw met Karel V naar Spanje kwamen, is het volgens mij, als je de kleur-theorie wilt volgen, dan ook veel logischer om aan te nemen dat flamenco als adjectief in de Spaanse taal al veel eerder een betekenis in de trant van kleurrijk of kleurig kreeg. Namelijk door de felrode, blauwe, groene en gele Vlaamse stoffen die daar al sinds de twaalfde eeuw verhandeld werden. Het is mogelijk dat de Andalusische zigeuners, die in de vijftiende eeuw vanuit Egypte in Zuid-Spanje aankwamen maar oorspronkelijk afkomstig waren uit India, kleding droegen die veel kleurrijker was dan die van de gemiddelde Spanjaard op dat moment, en daardoor opvielen. Je zou zelfs, maar nu speculeer ik, wel kunnen beweren dat niet alleen hun kleding, maar hun hele cultuur een stuk kleurrijker geweest is dan die van de Spanjaarden.

En de flamingo? Ik ben het met Van Doorn eens dat die zijn naam waarschijnlijk dankt aan zijn roze en oranje veren, oftewel aan zijn kleurigheid. Dat flamencodansers in Nederland regelmatig (ongetwijfeld per ongeluk) worden uitgescholden voor flamingo’s, is eigenlijk vooral een uitspraak- en spellingkwestie. Als je het over de vogel hebt zeg je in het Spaans immers nog steeds ‘flamenco’, in bijvoorbeeld het Engels en het Nederlands is dat (onder invloed van de Portugese spelling?) ‘flamingo’. Misschien lag er ooit aan beide woorden wel ongeveer dezelfde betekenis ten grondslag, maar als dat zo is dan hebben ze inmiddels allebei hun eigen weg door de tijd afgelegd en zijn ze heel verschillend geworden. Zoals dat gaat met taal.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Flamenco, flamingo’s en Vlaanderen

  1. Rob Alberts schreef:

    Prachtig verhaal met heel veel plezier en interesse gelezen.

    Kleurrijke groet,

  2. Manfred schreef:

    “de Andalusische zigeuners, die in de vijftiende eeuw vanuit Egypte in Zuid-Spanje aankwamen maar oorspronkelijk afkomstig waren uit India”

    Is daar consensus over?

    • Viorica Van der Roest schreef:

      Ik heb daar zelf geen studie van gemaakt, maar ben het tijdens mijn research in heel veel geschiedenis-overzichten tegengekomen. De naam ‘gitanos’ zou in ieder geval duiden op een herkomst uit Egypte. Maar het laatste woord zal er nog wel niet over gezegd zijn.

  3. Sarah schreef:

    Al jaren vraag ik me dit af, veel dank voor deze erg interessante uitleg!!

  4. Adriaan van Unnik schreef:

    twee opmerkingen:

    1) Ik heb ”ooit ergens” gelezen dat het begrip vlaamse gaai een verkeerde vertaling is van le gai flammand, dus een vlammende gaai; wat beter aansluit bij het kleurrijke verenkleed.

    2) Dat Vlamingen aan het Habsburgse hof als feestgangers gezien werden is een mening die zich niet beperkt tot Spanje. Nog steeds is het Tsjechische werkwoord voor ”een avondje stappen” flamovat, en een uitgaanstype werd / wordt een Flamender genoemd. Dit is inmiddels wel een enigszins verouderde term.

Laat een reactie achter