Daar schrik ik niet van

Door Guusje Jol

 

Zou een communicatieadviesbureau het hebben aangeraden?

Als (inmiddels niet meer zo) kersverse ouder vraag ik me met regelmaat af: ‘is dit normaal?’ als mijn zoon weer een nieuwe ontwikkeling vertoont. Gelukkig zijn daar dan de professionele hulplijnen zoals de verloskundigenpraktijk, de kraamzorg en huisarts. In reactie op mijn verslag (kind spuugt/heeft een hoge of juist lage temperatuur/poept al dagen niet/heeft een traanoog/draait ‘s-nachts op z’n buik etc.) zeggen de verloskundige, kraamzorg en huisarts dan – alsof ze bij dezelfde communicatiecursus zijn geweest: ‘Daar schrik ik niet van’.

Wat is dat voor een reactie? Het werkt als een soort geruststelling, maar is duidelijk anders dan bijvoorbeeld ‘daar hoef je je geen zorgen over te maken’. Of ‘dat is heel normaal’ of ‘dat gaat vanzelf over’. Om maar eens een paar alternatieven te noemen. Als ‘daar schrik ik niet van’ tegenover deze  alternatieven zet, wordt duidelijk waarom deze professionals er zo dol op zijn.

 

Rode lap

De geruststelling ‘daar hoef je je geen zorgen over te maken’ vat het verhaal van de beller op als uiting van ‘zich zorgen maken’. Oók als de ouder zich nog geen zorgen maakte. En daarmee opent de professional de mogelijkheid voor discussie als de ouder niet in het hokje ‘bezorgde ouder’ wil: ‘ik ben niet bezorgd, ik wil alleen informatie’. Weerstand van tegenovergestelde aard kan ook: ‘Ik ben wél bezorgd, anders zou ik niet bellen!’

Daarnaast kan ‘daar hoef je je geen zorgen over te maken’ werken als een rode lap op een stier. De door slaaptekort getergde ouder kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik maak zelf wel uit of ik me zorgen maak!’.

En daarmee is de professional niet echt opgeschoten. De bellende ouder overigens ook niet.

 

Normaal en het gaat wel over

Met ‘dat is heel normaal’ zegt de professional dat er niets bijzonders aan de hand is. Dat is natuurlijk geruststellend. Tegelijkertijd impliceert ‘dat is heel normaal’ dat de ouder niet weet wat ‘de norm’ is. Daarmee zegt de professional stiekem ook dat het telefoontje misschien niet zo nodig was: als het zo normaal is, waarom belt de ouder dan? De professional loopt zo het risico dat de ouder het belletje begint te verdedigen: ‘Ja, maar voor mijn zoon/dochter is het niet normaal’.

De reactie ‘dat gaat vanzelf over’ klinkt al snel als: ‘u moet niet zo zeuren’ of ‘u bent te ongeduldig’. Niet per se wat de ouder wil horen.

 

Blij

Dan de reactie ‘daar schrik ik niet van’… Die levert geen voer aan dit soort discussies. ‘Daar schrik ik niet van’ vermijdt een expliciet oordeel en vertelt niet wat de ouder zou moeten doen. Ook stelt deze reactie niet ter discussie of het telefoontje wel gerechtvaardigd is.

In plaats daarvan formuleert zij/hij de reactie als haar/zijn eigen reactie. Je hóórt de cursusleider zeggen: ‘hou het bij jezelf’. En dat maakt het lastig discussiëren voor de bellende ouder. Die gáát namelijk niet over de gevoelens van de professional. Dat maakt het werk van de professional efficiënter. Fijn voor de professional. En voor de verzekeraar.

Tegelijkertijd werkt ‘daar schrik ik niet van’ als een geruststelling omdat de professional met al haar/zijn professionele ervaring het relaas niet alarmerend vindt. En dat is dan weer prettig voor de ouder.

Iedereen blij.

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op Daar schrik ik niet van

  1. Joke van Overbruggen schreef:

    Dat meen je niet

Laat een reactie achter