Houden ‘Conversation superstars’ zich aan gespreksnormen? (5/7)

Door Lucas Seuren

De wereld is vol adviesboeken over hoe je een goed gesprek kunt voeren. Dit is met name handig voor de mensen onder ons die moeite hebben om met vage kennissen of wildvreemden een gesprek te voeren. Maar wat me keer op keer opvalt is dat veel van die adviezen loodrecht staan op de praktijk; daarmee wil ik niet zeggen dat het slechte adviezen zijn—al zitten die er zeker tussen—maar ze zijn niet per se karakteristiek voor een goed gesprek. Het zijn adviezen om aardig gevonden te worden. Ik zal in een korte reeks wekelijkse artikelen zeven adviezen onder de loep nemen, waarbij ik ze vergelijk met de dagelijkse praktijk. Vandaag: just say ‘hello’.

Beginnen

Een gesprek onderhouden met wildvreemden is voor velen van ons al geen gemakkelijke opgave, maar een gesprek beginnen is veelal nog veel lastiger. Want waar moet je beginnen? Gesprekken hebben onderwerpen nodig, en je kunt niet elk willekeurig onderwerp uit je binnenzak halen en verwachten daar met iedereen een half uur over te kunnen praten. Als we gesprekken voeren met vrienden of collega’s, dan snijden we onderwerpen aan, waarvan we weten dat de ander daar ook iets op te zeggen heeft.

Een gesprek beginnen met bekenden is daardoor relatief eenvoudig. Het begin van een gesprek draait vaak om wat ooit door Harvey Sacks refinding each other werd genoemd. Daarmee bedoelde hij dat we elkaar updaten over ons leven sinds de laatste keer dat we gesproken hebben. We veronderstellen dus veel gezamenlijke kennis in de manier waarop we een eerste vraag stellen: “Hoe zijn je examens verlopen?” werkt alleen als de spreker weet dat de hoorder examens heeft gehad.

Maar die luxe hebben we dus niet met wildvreemden, dus hoe lanceer je dan een gesprek? Nou heb ik een paar fases in elk gesprek overgeslagen voor je een eerste onderwerp aansnijdt: namelijk het begin en wat er voor het begin komt. Als je met iemand een gesprek wil aanknopen, dan is het eerst zaak om oogcontact te maken, zodat je weet er gedeelde aandacht is, en dan aan elkaar duidelijk te maken dat je beschikbaar bent om te praten. Groeten vervult die laatste functie optimaal—en dan het liefst verbaal. Dus niet knikken of zwaaien, dat komt juist veelal voor die verbale groet.

Ritueel

Het begin van elk gesprek bestaat uit een serie ritueeltjes die verschilt van cultuur tot cultuur, maar ze vervullen allemaal dezelfde functie: het gesprek lanceren. Dat wil niet zeggen dat we aan het begin van elk gesprek iets als hoi zeggen en hoi zeggen betekent ook niet dat je een gesprek wilt voeren, maar je moet duidelijk maken aan de ander dat je iets van hem of haar wilt. Dus of je nu zegt ‘Sorry, kan ik je even storen?’ of  ‘Marc, heb je een momentje?’, dit zijn techniekjes om ruimte te creëren voor een daadwerkelijk gesprek.

Waar je bij groeten dus wellicht vooral denkt aan de interpersoonlijke of relationele functie—ik ken jou en het is leuk om je te zien—heeft het ook een interactionele functie: ik wil praten en volgens mij jij ook. En die interactionele functie is natuurlijk altijd beschikbaar. Of je nu belt met de klantenservice, of iemand wilt aanspreken op een feestje. Je geeft ermee aan aan de ander dat je een gesprek wilt aanknopen.

Groepjes

Zelfs in een situatie waarin een gesprek al gaande is kan groeten een belangrijke interactionele functie vervullen. Je kunt natuurlijk gewoon bij een groepje mensen staan en wachten tot je iets bij te dragen hebt—en dat kan prima werken—maar door kort te groeten en gegroet te worden, word je opgenomen in het gesprek. Je onderbreekt de ander kort, maar we onderbreken elkaar continu om kleine probleempjes op te lossen, en niemand is daar armer van.

Het klinkt misschien als een cliché, en groeten alleen is natuurlijk ook niet genoeg om een gesprek op gang te krijgen, maar het is de meest neutrale manier waarop je kunt beginnen. Je maakt simpelweg duidelijk dat je een gesprek wilt aanknopen of dat je onderdeel wilt worden van een gesprek. Wat komt daarna dan? Daar kom ik een volgende keer wel op terug.