Doorsneden met dammen

Door Henk Wolf

Een tijdje terug kwam ik in een boek de volgende zin tegen:

  • Het voormalige kanaal werd doorsneden met dammen.

Die zin fascineerde me – niet alleen omdat ie tegen m’n taalgevoel inging, maar ook omdat ik hem eerst niet kon ontleden. Ondertussen denk ik dat me dat wel gelukt is, maar m’n benoeming is wat onorthodox. Wie het beter weet, moet het zeggen.

Bij de ontleding heb ik als volgt geredeneerd:

– We hebben te maken met de lijdende vorm van een werkwoordelijk gezegde. Het alternatief zou zijn dat doorsneden een bijvoeglijk naamwoord zou zijn dat diende als naamwoordelijk deel van het gezegde. Dat is niet zo plausibel, onder andere omdat bijvoeglijk gebruik van doorsneden (‘uitermate doorsneden’) vreemd is en omdat werd hier geen verandering van staat aangeeft: de zin drukt niet uit dat het kanaal eerst nog niet doorsneden was en toen wel. Zou werd een koppelwerkwoord zijn, dan had het dat betekenisaspect in de zin gebracht. Blijft over dat werd een hulpwerkwoord van de lijdende vorm moet zijn.

– Dan is de vraag: wie of wat zou in de bedrijvende vorm van de zin dat doorsnijden doen? Dat is niet iemand die (of iets wat) daar dammen voor gebruikt. Het zijn die dammen zelf. Die kun je ook in een door-bepaling plaatsen: ‘De rivier werd doorsneden door dammen’.

– Nou is het scheidbaar samensgestelde dóórsnijden doorgaans een agentief werkwoord: het drukt een actieve handeling uit, zoals in ‘Ze sneed het touwtje rond het cadeautje door’. Maar het niet-scheidbare doorsníjden (met de klemtoon op snijden) is niet zo actief. Als dammen een rivier doorsníjden, dan zit daar geen handeling in. Vermoedelijk heeft de schrijver mede daarom gekozen voor een ander voorzetsel dan door, namelijk met. Het zinsdeel ‘met dammen’ is dus eigenlijk een apart soort door-bepaling.

– Zijn er meer gevallen waarin met een bepaling inleidt die aangeeft wat in de bedrijvende variant van de zin het onderwerp zou zijn?

Ja, die zijn er. Denk aan: ‘Het grasveld was omzoomd met bomen’ en ‘Haar gezicht werd met zonlicht beschenen’. Ook in die zinnen leidt met een bepaling in die aangeeft wat in een bedrijvende zin het onderwerp zou zijn. En ook in die zinnen is het hoofdwerkwoord niet agentief. Er is dus een patroon en ‘doorsneden met dammen’ past in dat patroon.

Dan de vraag waar die met-bepaling vandaan komt. Een mogelijkheid is dat ie ontstaan is in zinnen van het type ‘het bloemperk werd bedekt met koemest’. Die zin is dubbelzinnig. Hij kan de lijdende vorm zijn van ‘mijn tante bedekte het bloemperk met koemest’. Daarin is ‘met koemest’ een bijwoordelijke bepaling van middel of iets dergelijks. Maar de zin kan ook worden gelezen als de lijdende vorm van ‘koemest bedekte het bloemperk’. Dan is het niet zo gek als ‘met koemest’ de interpretatie van een door-bepaling krijgt.