‘De barmhartige jood’ (1781)

Jeugdverhalen over joden (8)

Door Ewoud Sanders

Elementen in ‘De barmhartige jood’ doen enigszins denken aan de parabel die Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:30-37). Dit verband werd ook in sommige uitgaven gelegd. Zo wordt in Pligt en belang (1814 en 1853) in een noot naar dit Bijbelse verhaal verwezen.

‘De barmhartige jood’ is minstens elf keer gepubliceerd, onder verschillende titels en in diverse bewerkingen:

Jaar Titel van het verhaal Gepubliceerd in:
1 1781 De barmhartige jood Geschenk voor de jeugd
2 1788 De barmhartige jood Geschenk voor de jeugd
3 1814 Zonder titel Pligt en belang
4 1814 Zonder titel De voortreffelijkheid van den mensch
5 1816 De Medelijdende Jood Tijdwinst in ledige oogenblikken
6 1826 De spotters beschaamd Bloempjes van uitspanning, gevlochten voor de Nederlandsche jeugd
7 Ca. 1830 De dankbare jood Trekken van edelmoedigheid
8 1835 De spotters beschaamd Bloempjes van uitspanning, gevlochten voor de Nederlandsche jeugd
9 1839 De Jood en eenige christen jonge heeren in de schuit Keur van mengelingen
10 1840 De spotters beschaamd Bloempjes van uitspanning, gevlochten voor de Nederlandsche jeugd
11 1853 Zonder titel Pligt en belang

In de samenvatting is geciteerd uit de oudste versie.

Samenvatting

Een joodse man wordt op de trekschuit tussen Harlingen en Amsterdam aangesproken door enkele ‘dartele jongelingen’. Zij eten brood en ham en vragen hem spottend: ‘Smous, wilt gij een stuk ham?’
Vlak naast de jood zit een arme soldaat die niets te eten heeft.
Tot verbazing van de jongelingen antwoordt de jood dat zij hem een plezier doen met ‘een goed stuk ham’. Hij neemt het in ontvangst op een groot stuk beschuit dat hij uit zijn zak heeft gehaald. Vervolgens geeft hij dit voedsel aan de hongerige soldaat, met de woorden: ‘Zie daar, dat geve ik u! Nu kunt gij zeggen dat u een Jood op ham onthaald heeft.’
Daarna spreekt hij de ‘vrolijke reisgezellen’ bestraffend toe: ‘Hebben u mijnheeren [van] Jezus en zijne Apostelen geen medelijden geleerd: Mozes en de Profeten hebben mij beter onderwezen.’

Verhaalvarianten

De invloedrijke Lutherse en later Remonstrantse predikant Willem Goede (1764-1839) plaatste dit verhaal in 1839 in Keur van mengelingen in de rubriek ‘Enkele trekken van joden’. Goede zette zich sterk in voor opvoeding van de jeugd. Hij was van mening dat het vrijwel alle Nederlandse predikanten ontbrak aan werkelijke belangstelling voor kinderen. Ook vond hij dat de overdracht van kennis ‘op het goede niveau’ moest plaatsvinden. In zijn woonplaats Kampen had hij contact met christenen uit andere kerken en met joden.

Aan het verhaal over de jood op de trekschuit voegde predikant Goede allerlei dramatische elementen toe. Zo beschrijft hij de jongelui als volgt: ‘Drie of vier jonge lieden, die, door hunne luidruchtigheid en losse gesprekken, een zeer onaangenaam gezelschap opleverden aan de overigen.’ Zij eten niet alleen ham en brood, maar drinken er wijn bij.

De soldaat is niet langer alleen, maar in het gezelschap van ‘zijne hoog zwangere vrouw’ die trek krijgt als zij de jongelui ziet eten. Waarop de soldaat ‘op eene zeer bescheidene wijze’ vraagt of zijn vrouw een ‘zeer klein stukje ham’ kan krijgen. De jongelui wijzen hem echter met ‘allerlei vloeken af’.

Predikant Goede veranderde de jood in een ‘arme jood’. De man wordt niet langer aangesproken met ‘smous’, maar de jongelui vragen hem: ‘Wel Joodje, wil je ham hebben?’

Nadat hij een ‘groot stuk ham’ heeft aangenomen, vraagt de man er een stuk brood bij – om dit alles vervolgens ‘blijmoedig’ aan de hoogzwangere soldatenvrouw te geven. Dit komt hem op een hevige scheldpartij van de jongelui te staan. Hij legt hun echter ‘bedaard’ het zwijgen op door te zeggen: ‘Uw meester Jezus, heeft door zijne leer en zijn eigen gedrag, den pligt der liefdadigheid ten sterkste aanbevolen; mijn meester Mozes heeft mij denzelfden pligt voorgeschreven, en daarom wil ik, zooveel mogelijk dien betrachten.’

De versie uit 1840, gepubliceerd in Bloempjes van uitspanning, gevlochten voor de Nederlandsche jeugd, besluit met een andere moraal. De joodse koopman (‘welk uiterlijk alle blijken gaf van kommer en gebrek’) brengt de jongelui het schaamrood op de kaken met deze ‘duchtige les’: ‘Leert nu, dat gij nimmer iemand bespot, en vooral niet, om bekende godsdienstige gevoelens, want dit haalt u billijk de verachting van alle weldenkende en brave menschen op den hals.’

Doelgroep en receptie

Geschenk voor de jeugd (1781) was bedoeld voor ‘de jongere vaderlandsche jeugd’. Pligt en belang (1814) is een uitgave van de Maatschappij tot nut van ’t algemeen. De volledige titel maakt het doel ervan duidelijk: Pligt en belang, vereenigd in de groote les: Wat gij wilt dat U de menschen zullen doen, doe hen ook alzoo. Predikant Goede wilde met zijn Keur van mengelingen (1839) ‘vorming van verstand en veredeling van hart, inzonderheid eerbied jegens en dankbaarheid aan God’ bevorderen.

Van het verhaal ‘De barmhartige jood’ heb ik geen besprekingen gevonden.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter