De aanslag: as en schuld

Vandaag is de 8e sterfdag van Harry Mulisch

Door Marc van Biezen

Dat as een belangrijk motief is in de bekendste roman van Harry Mulisch is voor de meeste lezers een bekend gegeven: de as van het brandende huis aan de kade na de aanslag, de kachel in Antons studentenkamer, de smeulende asbak van verzetsman Takes. Het slot van de roman luidt: (…) zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is. De roman zou niet voor niets eerst As heten.

Ook in ander werk van Mulisch speelt as overigens een rol, maar dan een kleinere: bijvoorbeeld in de dichtbundel Opus Gran en de korte roman De elementen.

Een bijzondere variant van het as-motief in het werk van Mulisch is wat ik hierbij doop ‘de as-verbinding’: de verbinding tussen de initialen van een of meer namen van personen in het werk. De bekendste voorbeelden daarvan zijn Archibald Strohalm in Mulisch’ debuut en Anton Steenwijk in De aanslag. Mulisch’ moeder heette Alice Schwarz. Wellicht verwees de auteur met de namen van zijn personages naar haar.

NRC Boeken publiceerde enkele jaren geleden een lange lijst van mijn hand met andere voorbeelden.

In De aanslag vond ik bijvoorbeeld ook de verbanden: Anton – Saskia (de hoofdpersoon en zijn eerste vrouw) en Anton – Sandra (vader en dochter), in Twee vrouwen Alfred en Sylvia (de twee geliefden van Laura)en Axel en Sara (hoofdpersonen in Axel). Ook het oeuvre als geheel levert een asverbinding op: het opent met archibald strohalm en sluit met Siegfried.

Voor De aanslag ben ik nu nog een stap verder gegaan: het aanleggen van een lijst met verbindingen tussen Anton en alle elementen (zowel levend als niet-levend) waarvan de naam begint met een s  die de revue passeren in het verhaal. Die lijst volgt hieronder.

PROLOOG

De geurende stilte op de landjes vervult Anton van verwachtingen hij wist niet waarvan.

Anton kijkt naar een man die door zich tegen een stok  af te zetten een boot naar voren duwt.

EERSTE BEDRIJF

Het huis van de Steenwijks ligt aan een kade aan het Spaarne.

De salamander (in de betekenis van kachel) in de achterkamer van de Steenwijks heeft een paar uur gebrand.

De Steenwijks eten soep.

Er volgt een gesprek over de vertaling van een stuk van Homerus door Peter, waarbij de woorden symballeton en symbolon ter sprake komen.

Daarna volgt het spelletje Mens-erger-je-niet.

Het is stil; eerste zin van hoofdstuk 2: In die stilte, die de oorlog ten slotte was in Holland…

Op straat klinken zes schoten.

Tussen het vijfde en het zesde schot klinkt een schreeuw.

Op straat, in de sneeuw, ligt het lichaam van Fake Ploeg.

Daarboven de ontzaglijke sterrenhemel.

Anton doet de keukendeur op slot en gooit de sleutel de gang in.

Als de Duitsers het huis binnendringen, valt er een spiegel in stukken.

De man met de zwarte leren jas ontdekt op de tafel een boek van Spinoza.

Soldaten steken Buitenrust in brand. Sommige roken daar bij een sigaret.

In het gesprek met de vrouw in de cel noemt Anton het strand.

Op het politiebureau in Heemstede heeft een Duitser een Schmiss in zijn gezicht.

Anton wordt op de Ortskommandantur opgevangen door Feldwebel Schulz.

Die maakt warme melk voor hem en drie boterhammen met Schmalz.

De colonne van Haarlem naar Amsterdam wordt beschoten door een Spitfire.

In de Wehrmachtheim aan het Museumplein rookt een generaal een sigaret van het merk Stambul.

Anton leest daar in een Signal  tot zijn oom hem ophaalt.

TWEEDE BEDRIJF

Tijdens zijn bezoek aan de Beumers herinnert Anton zich de terraria met hagedissen van meneer Korteweg. De hagedissen lagen soms in de vorm van een S.

Als hij weer terug is in Amsterdam eet hij sla aan tafel bij zijn oom en tante.

Over het monument in Haarlem blijkt hij drie jaar eerder gezegd te hebben: Die stenen kunnen me gestolen worden.

DERDE BEDRIJF

De favoriete componist van Anton is Schumann.

Sjarov heeft de regie van een voorstelling vanTsjechov’s Kersentuin, die Anton voortijdig moet verlaten. (Verteller en lezer weten waarom, Anton niet.)

In de scène met Fake Ploeg op Antons studentenkamer: Fake gooit met een steen Antons spiegel aan scherven.

Als Fake een paar toetsen aanslaat op zijn vleugel, doet het geluid Anton denken aan Stravinsky.

Op een snipper krant leest Anton een bericht over het Maria SS. del Soccorso.

VIERDE BEDRIJF

Anton verzamelt sextanten.

Anton ontmoet zijn eerste vrouw Saskia als hij kijkt naar de Stone of Scone in de Westminster Abbey in Londen.

Hij brengt haar later naar een afspraak met haar vader in St. James.

De verzetsman wiens begrafenis de ontmoeting tussen Anton en Cor Takes inluidt, heet Sjoerd.

Anton is daar met Saskia, Sandra en zijn schoonouders. Zijn schoonvader zat tijdens de oorlog in het verzet.

In het café waar men gaat zitten na de begrafenis speelt de jukebox bij Antons binnenkomst Strangers in the night.

Anton en Cor gaan dichtbij het graf zitten op een stenen bank.

Takes maakt met een schoen vier verticale groeven in het grint, Anton wijst met zijn schoen naar het tweede huis van rechts. )Later die middag probeert Antons schoonvader een steen los te wrikken met zijn schoen.)

Als ze praten over de avond van de aanslag, herinnert Anton zich ‘iets met een sleutel’.

Na de begrafenis en de lunch met de ouders gaan Anton en Saskia met hun dochter Sandra naar het strand waar Anton in slaap valt.

In het souterrain van Takes ziet Anton op een foto het gezicht van Truus Coster, de vrouw met wie hij in een cel zat na de aanslag.

Hij vertelt Takes dat hij als kind sterrenkundige wilde worden.

De schreeuw tussen het vijfde en het zesde schot blijkt niet van Fake Ploeg maar voor Cor Takes afkomstig.

Anton sluit het souterrain af en brengt de sleutel terug naar Takes.

VIJFDE BEDRIJF

Anton en Saskia scheiden.

Anton ziet steeds vaker bestelwagens met de tekst in rode letters: FAKE PLOEG SANITAIR BV

Als Anton met dochter Sandra Haarlem bezoekt, ontmoet hij de bewoners van het huis dat staat op de plek van zijn ouderlijk huis: het echtpaar Stommel.

Anton koopt een huis in Italië, in de buurt van Siena.

Er steekt steen van een rots het huis in.

Tijdens de demonstratie aan het slot van de roman laat Anton zich meevoeren door de stroom van mensen.

Hij ontmoet zijn oude buurmeisje uit Haarlem: Karin Korteweg. Het is duidelijk dat de ontknoping aanstaande is. Karin steekt een sigaret op.

In het gesprek dat volgt,wordt nogmaals duidelijk wat het belangrijkste thema is van De aanslag: schuld. Wie is er schuldig aan de dood van de familie van Anton: de Duitsers, de Kortewegs, Truus Coster en Cor Takes, de hagedissen?

In het laatste hoofdstuk trekt er een collectieve schreeuw door de menigte.

Anton sloft regelmatig, o.a. in de laatste zin van de roman. Over Anton wordt enkele keren vermeld dat hij zijn hoofd een beetje schuin houdt. Zo ook in de laatste zin.

Koos Mulisch tijdens het schrijven van De aanslag dan bewust voor zaken waarvan de naam begint met een s zodat zijn hoofdpersoon er een as-verbinding mee aan kon gaan? Dat denk ik niet. Of liever: natuurlijk niet! Wat speelt hier dan wel? Welk alchemistisch proces is hier gaande?

Ik houd het op het volgende: Mulisch (ver)stopte allerlei elementen en verwijzingen in zijn werk maar was zich lang niet altijd bewust van de talloze varianten ervan die in het werk uiteindelijk zijn terug te vinden. Schrijver noch lezer maken hier de dienst uit; het literaire werk zelf is de baas. Een vaststelling die de auteur naar mijn idee zelf van harte zou onderschrijven.