Wast een glazenwasser de glazen?

Door Henk Wolf

In de Facebookgroep ‘Leraar Nederlands’ werd een poosje geleden gediscussieerd over het woord glazenwasser. De discussie ging eerst over het waarom van de -n- in de spelling en daarna over de opbouw van het woord. Een paar mensen begrepen niet hoe dat in elkaar zat. “Een glazenwasser komt echt geen glazen wassen”, schreef iemand. Dat begreep ik dan weer niet, want het leek me vrij evident dat een glazenwasser z’n hoofdtaak daar nou juist in bestaat.

Achter de glazen

Na wat heen-en-weergepraat kwamen we erachter waar het misverstand zat: niet iedereen kent het woord glazen als synoniem van ruiten. Of het in het Nederlands nog gebruikelijk is, weet ik eigenlijk niet. In het Fries vind ik het wel heel gewoon om te horen en te zeggen dat er iemand ‘foar de glêzen delrint’ en ik hoor ook geregeld over oude mensen zeggen dat ze wel oud zijn, “mar net achter de glêzen sitte”.

Het woord glazen in de betekenis van ‘ruiten’ is voor mij een plurale tantum: een woord dat alleen in het meervoud bestaat. Ik zou één ruit nooit als ‘een glas’ aanduiden.

Synoniemen

Er zijn trouwens in de West-Germaanse variëteiten nogal wat min-of-meer synonieme woorden voor ‘ruiten’. Ik zet er een aantal op een rijtje:

  • ruit is oorspronkelijk de naam van een vierhoek. Die naam is overgegaan op de glasplaat en later op de volledige ruit. De afkomst is niet bekend, mogelijk is het woord geleend uit het Latijn. Opmerkelijk is dat het woord in het Standaardnederlands een (vrouwelijk) de-woord is, maar in de noordelijke streektalen ook als het-woord voorkomt. Wie googelt op “het ruit” ziet, dat het het-geslacht ook wel eens in de Nederlandse standaardtaal doordringt.
  • glazen komt van de stofnaam glas, een woord dat al heel lang in de Germaanse talen voorkomt
  • raam verwijst oorspronkelijk naar de omkadering van kozijnen, dus juist niet naar de glasplaat.In het Duitse Fensterrahmen en in een Nederlands woord als raamwerk de oorspronkelijke betekenis nog aanwezig. In het Nederlands is raam een gebruikelijk synoniem van ruit, in het Fries is het grotendeels beperkt tot het zuiden van het taalgebied. Het verwante ramt kwam in het Fries vroeger ook wel voor, maar is nu uit het taalgebruik verdwenen.
  • venster is een verbastering van het Latijnse fenestra, dat ook ‘venster’ betekent en verwant is aan woorden die met licht en met schijnen te maken hebben.
  • licht is nog gebruikelijk in de samenstellingen daklicht en bovenlicht, maar kwam eerder ook wel zelfstandig voor als synoniem van ruit. Een voorname functie van ruiten is natuurlijk dat ze licht doorlaten. Zo kon licht door metonymie ook ‘ruit’ gaan betekenen.
  •  aan schijf verwante woorden komen ten oosten van de Nederlands-Duitse grens veel voor. Een autoruit is in het Hoogduits bijvoorbeeld een Scheibe.

Wind-ow

In het Germaans, waar de dialecten van het Nederlands en het Fries uit ontstaan zijn, werd voor een ‘ruit’ hetzelfde woord gebruikt als voor een ‘oog’. Dat is vandaag de dag nog te zien aan het Engelse window. Wind-ow was letterlijk ‘wind-oog’. Aan dat woord zie je dat de oude Germanen geen glas in hun ruiten hadden, zodat er de wind doorheen kon waaien. In het Wurdboek fan de Fryske Taal wordt ‘okse-each’ nog genoemd als Friese naam voor een klein, eivormig venstertje. Of dat woord rechtstreeks teruggaat op het Germaanse woord, betwijfel ik, maar zelfs als het een stuk nieuwer is, ligt er een metafoor aan ten grondslag die in de Lage Landen al heel lang in gebruik is.