Verlanglijstjes maken in de baas zijn tijd

Door Marc van Oostendorp

Het beroep van de moderne wetenschapper valt in allerlei taken uiteen. Een relatief nieuwe taak, in ieder geval in mijn tak van wetenschap: vragen om geld.

Er wordt veel over geklaagd, en ik heb al verschillende mensen zien doorrekenen wat een geldverspilling dat vragen om geld is. Bij iedere subsidieronde zitten tientallen of honderden onderzoekers in heel Nederland heel nauwkeurig uitgewerkte plannen te smeden: bedenken wie wat gaat doen, bedenken hoe de informatiestromen lopen, bedenken waar de resultaten kunnen worden gepubliceerd en wat er verder eventueel mee kan worden gedaan.

Toch doet iedereen eraan mee, bijvoorbeeld omdat het een geldstroom is die je werkgever kan gebruiken en omdat het voor de onderzoeker zelf zo’n beetje de enige mogelijkheid is om nog aan promovendi te komen of om jongere collega’s een kans te geven. 

Het is inderdaad een raar, onhandig systeem, maar voor het wordt afgeschaft wil ik toch wel één zelden bediscussieerd aspect naar voren brengen: het is ook leuk om te doen.

Een project is een onderzoeksplan. Je schrijft in een aantal pagina’s (in dit geval waren het er vijftig, maar daar zaten wel wat verplichte herhalingen bij, alsmede formulieren waarop je alleen ‘ja’ of ‘nee’ hoefde aan te kruisen) op wat er volgens jou nu onderzocht zou moeten worden, en hoe. Wat voor deelprojecten zijn er te bedenken om antwoord te geven op een vraag die je nu ziet prangen in de wetenschap? Hoe kunnen die deelprojecten worden gecombineerd om enig licht te werpen op die kwestie? Welke collega’s zouden er van advies kunnen dienen en waar moet het allemaal toe leiden?

Je mag, kortom, in de baas zijn tijd een verlanglijstje opstellen, en even wegdromen bij het ideale onderzoek.

Natuurlijk zijn er ook nadelen. Een deel van het werk is echt vervelend (ik vind het maken van een budget voor iets dat zo onvoorspelbaar is als een onderzoeksproject persoonlijk enigszins frustrerend.) Je schrijft je plannen meestal voor de prullenbak. De kans is groot dat je wordt afgewezen, en helaas zelfs ook aanzienlijk dat dit gebeurt op een hardhandige manier. Het voelt dan alsof het allemaal voor niets is geweest, al is dat natuurlijk niet waar: je salaris wordt toch wel doorbetaald en je hebt toch maar een zomer kunnen dromen.

Het huidige systeem kraakt uit zijn voegen. Op veel plaatsen is de kans dat een project gehonoreerd wordt niet groter dan tien procent, en soms is het beduidend lager. Dat betekent dat er wel erg veel onderzoekstijd wordt geïnvesteerd in het maken van plannen die ook zou kunnen zijn geïnvesteerd in het doen van onderzoek.

Maar in mijn ogen is dat vooral een probleem voor de instituties, en voor de velen die hopen op de toekenning van een project om zelf aan de slag te kennen. Het is het  niet voor de individuele onderzoeker met een vaste baan.