Nul bananen is niet hetzelfde als geen bananen

Door Marc van Oostendorp

De wetenschap, die voor niets staat, heeft nu ook een aantal raadselen rond het woord nul ontsloten.

Het is een raar telwoord. Historisch is het zoals bekend een betrekkelijk jonge uitvinding in de wiskunde, en de betekenis ervan is niet erg intuïtief. Wat wat zijn precies nul bananen? Wat moeten we ons daarbij voorstellen? En wat onderscheidt die nul bananen precies van nul sinaasappels? Hoe passen zulke eigenaardige ideeën in een mensenhoofd.

En dan taalkundig: waarom zeg je eigenlijk ik heb nul bananen en niet nul banaan? Meer dan vijf jaar geleden schreef ik hier al over dit vreemde telwoord, maar nu daagt er eindelijk licht in de duisternis: in het tijdschrift Glossa verscheen een artikel van de taalkundigen Lisa Bylinina en Rick Nouwen.

Hun artikel gaat vooral over de vraag of we nul niet als een versterkte vorm van geen moeten zien: ‘ik heb nul bananen’ betekent dan ‘ik heb echt geen bananen’. Maar Bylinina en Nouwen laten zien dat dit niet het geval is. Nul is echt een telwoord, net zoiets als twee: een abstract wiskundig begrip dat zich in de omgangstaal heeft genesteld.

Hoewel Nouwen een Nederlander is (hij werkt in Utrecht), geven de auteurs geen voorbeelden uit het Nederlands, maar veel van hun argumenten zijn te met een beetje fantasie vertalen uit het Engels. Zo zijn er constructies te bedenken waarin telwoorden wel passen, maar geen veel minder goed klinkt:

  • Roodkapje heeft haar grootmoeder drie keer bezocht.
  • Roodkapje heeft haar grootmoeder nul keer bezocht.
  • Roodkapje heeft haar grootmoeder geen keer bezocht. [vreemd]

De laatste zin klinkt vreemd, al kun je hem wel versterken met enkele (‘geen enkele keer’). Dat kan bij nul dan weer niet (‘nul enkele keer’).

Een andere toets die het zelfde laat zien is met hoeven, dat een ontkennend woord in de zin vereist. Geen kan zo’n woord zijn, maar nul kennelijk niet:

  • Ik hoef drie mensen te ontvangen. [ongrammaticaal]
  • Ik hoef nul mensen te ontvangen. [ongrammaticaal]
  • Ik hoef geen mensen te ontvangen.

Geen heeft dus kennelijk een negatieve betekenis, maar nul niet: dat telt echt een hoeveelheid, namelijk één van nul personen.

In mijn stukje van vijf jaar geleden bleek ik trouwens al een voorbeeld uit het Nederlands te hebben gegeven dat hier ook relevant is, maar dat juist weer niet in het Engels te vertalen is: je kunt wel een meervoudig onderwerp hebben met een getal (inclusief nul) maar niet met geen:

  • Twee mannen hebben dat gezien.
  • Nul mannen hebben dat gezien.
  • Geen mannen hebben dat gezien. [raar]
  • Geen man heeft dat gezien.

Alle getallen, behalve één (‘één banaan’) en de breuken (‘een halve banaan’) kiezen, om volgens mij nog steeds onopgehelderde redenen voor het meervoud, maar geen is geen telwoord maar een ontkenning en kiest dat dus niet.

Geen bananen is dus aantoonbaar iets anders dan nul bananen. In het eerste geval ontken je dat er bananen zijn, in het tweede tel je de bananen af en komt uit op nul.