In elk vel dat ooit op je zat

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (194)
De laatste 14 afleveringen van deze reeks zijn gewijd aan 14 gloednieuwe, speciaal voor deze reeks geschreven sonnetten door hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters.

Door Marc van Oostendorp

Blijf

Iemand hoest in het andere huis
en tegelijk met zijn hoest is onder mijn raam
de merel begonnen over het raadsel van anders
te zijn en dezelfde te zijn

Iemand spuugt dood uit, staat op, laat een kraan lopen, hoest
en ik zie je bukken nu je je oksel voor oksel
voet voor voet wast, in elk vel dat ooit op je zat
voorhuid terugduwt, tenen spreidt, oorschelpen omklapt

Hoe zijn niet gaat over iets
dan er zijn, je adem een hoest lang een lied
lang bewaren zoals ik je vasthou hier bij de wasbak

met alles wat in me zoals ik de wereld en alles
wat daarin is door elkaar als het haar op je hoofd
in mijn handen zolang je zolang ik hart je bewaar

(Eva Gerlach)

De mens: tot hij onmiskenbaar dood is, is hij nog aan het veranderen. Ja, je hoest nog, maar dat is niet alleen maar een teken dat je ongezond bent, het is ook het uitspugen van de dood. Zelfs de merel zingt ervan: het raadsel van anders zijn en dezelfde te zijn.

De woorden van Eva Gerlach brengen die boodschap ondubbelzinnig over: het is niet lastig om te begrijpen wat dit gedicht betekent, het wordt vrij letterlijk gezegd, en dan door heel krachtige, heel nieuwe beelden versterkt: die man die zich helemaal binnenstebuiten keert bij het wassen (voorhuid, tenen, oorschelpen, niets blijf op zijn plaats).

Ook de ik verandert steeds, ze hoort de hoest eerst in een ander huis, en is dan kennelijk ineens binnen, waar ze het kan zien om tenslotte zelfs het hoestende hoofd in haar handen te nemen.

En  ook de woorden doen het: ze veranderen en blijven hetzelfde: hoest wordt huisraam (r…m) wordt merel (m…r) wordt raadsel, haar wordt hart je bewaar.

Ik weet niet tot wie de dichter spreekt: de buurman, haar man, haar vader. Ik weet alleen dat ze tot hem spreekt met een grote, een ongekende tederheid. Zo een die van alle tijden is en nooit verandert.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter