Het koelt af als een baksteen

Door Marc van Oostendorp

Waaraan denkt een Nederlander als hij denkt aan een baksteen? Aan iets stevigs, aan iets bruins, aan iets waarvan je grote stapels op elkaar kunt leggen, met een beetje cement ertussen, om een muurtje te bouwen?

Mis. Een Nederlander denkt aan iets dat omlaag gaat. Wat die verticale tocht ook moge maken.

Ik werd erop gewezen door een taalgevoelige twitteraar:

Het klinkt inderdaad grappig, afkoelen als een baksteen, vooral omdat in het leven buiten de taal bakstenen juist helemaal niet zo opvallend snel afkoelen, zoals een andere Twitteraar al snel opmerkte. 

Beeldspraken

Er worden hier eigenlijk twee soorten beeldspraak aan elkaar verbonden. Als iets afkoelt, gaat er iets naar beneden (de thermometer; de temperatuur ‘zakt’). En niets gaat zo snel naar beneden als een baksteen. (Of de ‘oorspronkelijke betekenis’ vooral ging over bakstenen in het water, vind ik lastig te zeggen. Mij lijkt dat bakstenen in de lucht ook betrekkelijk snel naar beneden gaan.)

Op internet blijkt ieder werkwoord dat ik kon bedenken en  dat een betekenis had over ‘naar beneden gaan’ (afdalen, dalen, duikenvallen, zakken, zinken) te kunnen worden gecombineerd met “als een baksteen”.  Grappig is dat dit ook kan met een figuurlijke betekenis. Zo kunnen veel mensen kennelijk ook “zakken als een baksteen” voor hun examen. Ook daar worden dus weer twee beeldspraken aan elkaar verbonden: een examen niet halen betekent naar beneden gaan, en bakstenen gaan naar beneden.

Straffeloos

Net zoiets: sommige mensen “vallen als een baksteen in slaap”. Daar lijkt het meer het woord vallen zelf die de baksteen mogelijk maakt – ik heb in ieder geval bij in slaap vallen niet zo’n duidelijk verticaal beeld.  Zoiets geldt dan ook nog bij de uitdrukking “iemand laten vallen als een baksteen”, die je geloof ik het best met personen kunt gebruiken, al vind je ook wel zinnen als “En CU heeft ook wel redelijk ingezet op een groen beleid, betwijfel of het voor hen echt wel zo straffeloos is als zij dat laten vallen als een baksteen”.

Een heel enkele keer (minder dan ik had verwacht) vind je trouwens ook constructies als “ik ben voor haar gevallen als een baksteen“, of natuurlijk “ik viel als een baksteen voor die overhemden“.

Het lijkt er dus op alsof de kern van de verbinding inmiddels is “vallen als een baksteen”, Baksteen kan zich vervolgens hechten aan enerzijds allerlei figuurlijk gebruik van vallen, of juist andere werkwoorden die een betekenis hebben die op vallen lijkt. Zoals, voor sommige weermannen, afkoelen.