Het gekke telwoord ‘anderhalf’

Door Henk Wolf

Laatst las ik in een Duits boek dat een conservatieve spreker werd gekarakteriseerd doordat ie ‘nog’ anderthalb zei en niet het modernere eineinhalb gebruikte. Dat anderthalb ouderwets kan worden gevonden, wist ik niet. Ik kom net niet vaak genoeg in Duitsland om dat soort verschuivingen in gevoelswaarde allemaal op te pikken.

Regelmatig patroon

Volgens mijn studenten – van zo’n beetje alle leeftijden tussen de zeventien en zeventig – is het Friese cognaat oardel in elk geval nog springlevend. Ik heb het niet gevraagd, maar ik vermoed dat dat ook geldt voor het Nederlandse anderhalf. En het is eigenlijk gekker dat de vorm zich in die talen handhaaft dan dat ie in het Duits aan het verdwijnen is. Immers, we hebben de neiging om afwijkingen van patronen regelmatig te maken. En eineinhalb past natuurlijk beter in het rijtje zweieinhalb, dreieinhalb enzovoort. Je telt daarin steeds het aantal helen en noemt daarnaast de resterende breuk.

Halfjes tellen

Anderhalf en z’n cognaten in verwante talen zijn restanten van een totaal afwijkend telsysteem. In het Fries zijn restjes dat systeem nog het zichtbaarst. Tot in de twintigste eeuw trof je in het Fries nog telwoorden als treddel (2,5, van tredde heal) en sechtel (5,5, van sechsde heal) aan. Zelfs vandaag de dag kom je voor stukken weiland nog namen als fjirdeheale (land met een oppervlakte van 3,5 pondemaat) tegen. In een dialectinterview uit 1966 heeft iemand het nog over ‘fjirdel kuorfol jirpels’ (drie en een halve mand aardappels).

In dat oude telsysteem was 0,5 het eerste telwoord dat eindigde op half. Het tweede telwoord dat eindigde op half was 1,5. Dat werd benoemd als het ‘tweede half’, alleen dan met het woord ander dat vanouds ook ‘tweede’ betekent. We vinden het onder andere nog terug in het veilingriedeltje ‘eenmaal, andermaal, verkocht!’. In het Fries is het vervangen van het oude rangtelwoord door een regelmatiger vorm wat langzamer gegaan dan in het Nederlands en Duits. Het Friese oarde (cognaat van ander) werd tot ver in de twintigste eeuw nog als synoniem van twadde gebruikt.

Half drie

We denken nu heel anders als we over getallen praten. Dat zal vast mede komen doordat we gewend zijn aan cijfernotaties zoals ‘2,5’. Die zorgen ervoor dat we bijvoorbeeld zeventien dagen zien als twee weken en dan nog een halve week, en niet als de derde keer dat we een halve week tegenkomen.

Waar we nog wel een manier van denken tegenkomen die op de oude telwijze lijkt, is in onze kloktijden. Als de klok ’14:30′ aangeeft, dan zeggen we niet dat het twee en een half uur na het middaguur is, maar dat het half drie is, halverwege het derde uur. Consequent gebruiken we die denkwijze niet, want bij ’14:15′ noemen we wel het aantal hele uren en het restant: ‘kwart over twee’, net als bij ‘twee en een half’. Wat dat betreft is het Oost-Duitse ‘viertel drei’ voor ’14:15′ regelmatiger. Ook dat is de derde keer na het middaguur dat je een kwartier over het hele uur zit, of het is een kwart van het derde hele uur, dat komt op hetzelfde neer.