Hebban olla uogala Nederlands geworden hinase hic anda thu

Door Marc van Oostendorp

Of hebban olla uogala wel een Nederlands zinnetje is, wordt in sommige kringen betwijfeld. Dat lijkt me ten onrechte. Natuurlijk, je kunt erover discussiëren of de auteur ooit in de Lage Landen was geweest, en of al die woorden en zinsconstructies niet meer deden aan het Engels van die tijd.

Maar in de eerste plaats: is het niet juist heel grappig in deze tijden van zorgen om ‘verengelsing’ dat het bekendste ‘oude zinnetje’ van het Nederlands al heel veel Engels in zich heeft?

En in de tweede plaats is hebban olla uogala in het Nederlands inmiddels voldoende ingeburgerd om toch echt wel tot de Nederlandse literatuur gerekend te kunnen worden. Iedereen kent het, een beetje Nederlanders kan er mee spelen.

Ik wil onmiddellijk toegeven dat ik wel een erg aselecte steekproef der Nederlanders volg op Twitter, maar ik zie mensen regelmatig met de uitdrukking spelen (en altijd in het Nederlands, nooit in het Engels):

Zelfs de allereerste tweet die ik kon vinden, speelt met de spreuk. Hij zegt zelf dat hij de ‘oudste tweet’ is: de eerste die de gebruiker op Twitter plaatste.

Omdat Van Maanen duidelijk Nederlandstalig is, is Hebban olla uogala duidelijk een heel oud Nederlands zinnetje. Toch minstens op Twitter.

Ook het allereerste wetenschappelijke artikel over het zinnetje, van M. Schönfeld uit 1933 (ja mensen, Hebban olla vier dit jaar de 85e verjaardag!) staat gelukkig op internet, in de DBNL. Ook leuk: het allereerste stukje in een Nederlandse krant op Delpher komt van Menno ter Braak, die een artikeltje van de beroemde Nijmeegse professor Jac. van Ginneken bespreekt:

Een in vervelend-aanmatigende toon gesteld artikeltje van Van Ginneken handelt over het oudste gedichtje in de Nederlandsche taal, dat als volgt luidt:
„Hebban olla vogala nestas Hagunnan — Hinase Hl lc) anda thu.”
De Latijnsche vertaling staat er boven en luidt:
„Abent omnes volucres nidos inceptos — nisi ego et tv.”
Of in het Nieuw-Nederlandsch:
„Hebben alle vogelen (hun) nestjes begonnen; het-en-zlj ik en jij” De liefelijke commentaar, die prof. Van Ginneken aan deze regels verbindt, bewijzen niet zijn „psuche nikai”, zooals hij zelf meent, maar wel, dat hij, op papier althans, een nare man kan zijn.

Vervelend-aanmatigende toon of niet, dit waren nog tijden waarin vooraanstaande schrijvers in de krant over taalkundige artikelen schreven!