Gedicht: Willem Brandt • Reisverhaal

Reisverhaal

Wij gingen ten anker
in het noordwestelijk deel van de Humboldtbaai
– een kale heuvel zonder water -;
het was januari 1910.

Tegen de middag vonden wij
een sagomoeras, maar ook
een klapperbos en een heldere bergbeek.
Een zeer welkom gebied!

De rookpluim van de Paketboot
werd al vaag aan de horizont.

Wij volgden een brede rivier
die slechts tot de 142ste graad bekend was,
met zeventig dajakse roeiers.

Pijlen zwermden over ons heen.
Dit was bij een hangbrug van rotan,
vernuftig gebouwd.

Twee baardige pygmeeën legden wij neer;
zij lagen er nog omstreeks drie weken later:
twee skeletjes, geprepareerd door insecten en wild;

een goed merkteken in de rimboe,
een interessant wetenschappelijk geval.

Prof. dr Leonard Schulze nam ze mee in een waszak.
Hij heeft er een dik boek over gepubliceerd.

Willem Brandt (1905-1981)
uit: Reizend achter het heimwee (3e dr., 1977)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter