Gedicht: Henriette Roland Holst • Over de zwakheid van het verenkelde

Over de zwakheid van het verenkelde

Als een zeevaarder die denkt te bewijzen
plantend zijn vlag in ’t zand het recht van macht
over ’t onnooz’le volk waar zijne reizen
hem tot hun onheil hebben heengebracht –
zoo doet hij, die zijn machtwoord luid laat rijzen,
boven den wil van een geheel geslacht,
vergetend dat gezamenlijke wijzen
alleen, de schoonheid paren aan de kracht.

Want koren worden gemak’lijk gedragen
door ruimten heen, waar ééne stem bezwijkt
wijl alle stemme’ in kore’ elkander schragen.
En wie alleen wil zingen, moet niet klagen
wanneer zijn stem soms onwelluidend blijkt,
en niet zoo ver, als een koor draagt, kan dragen.

Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)
uit: Sonnetten en verzen in terzinen geschreven (1896)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter