Gedicht: Emmanuel Rosseels • Blonde Nina

Blonde Nina

Blonde Nina,
Wreede meisje,
Waerom immer,
Slaet ge uw blikken
Onverschillig
Op my neder,
Wen myn harte
Om uw weêrmin
Angstig zucht?

Nooit een woordje,
Of een wenkje,
Nooit een lonkje,
Of een lachje,
Wreede meisje,
Kwam my toonen;
Dat myn liefde
Aen uw harte
Dierbaer is.

Altyd lydend,
En steeds minnend,
Keer ik telkens
Aen uw’ zyde
Weder, Nina;
En geen lonkje
Van meêdoogen,
Straelt u de oogen
Op my uit.

Vindt ge in liefde
Dan niets zaligs,
Niets verrukkends,
Dat de ziele
Doet ontbranden;
En gedurig
’t Zoetst genieten,
Aen het harte
Smaken doet?

Zeg, of schept gy
Ligt genoegen,
Trotsche Nina,
In de zuchten,
In de klagten,
Die gedurig,
Door uw koelheid,
Bang en banger
My ontgaen.

Blonde Nina,
Wreede meisje,
Blyf niet langer
Onverschillig
Aen myn liefde;
Want uw weermin
Is my ’t dierbaerst,
Is my ’t hoogste
Heil op aerd.

Emmanuel Rosseels (1818-1904)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter