Rusten tussen Kalverstraat en Rokin: de zoektocht naar graf 426

Door Maarten Biermans

In 1985 is er in de Nes een herdenkingssteen aangebracht vlakbij Bredero’s geboortehuis. Die steen én het standbeeld op de Nieuwmarkt van Jerolimo en een van de snollen uit de Spaanse Brabander zijn de meest tastbare herinneringen aan Bredero’s aanwezigheid in de stad.

Met het oog op zijn 400e sterfdag lag het voor de hand om na te gaan of ook zijn laatste rustplaats te identificeren was en wellicht zelfs gemarkeerd kon worden met een huldeblijk. Voor de locatie van het graf verwees Garmt Stuiveling in zijn Memoriaal van Bredero (1970) naar het Graeff boeck vande heijliger Stee, waarin Adriaen Cornelisz Bredero als de eigenaar van graf nr. 426 vermeld staat. De kapel Ter Heilige Stede (tussen Kalverstraat en Rokin) was eeuwen daarvoor opgericht ter markering van de plek van het Mirakel van Amsterdam en stond sinds de Alteratie van 1578 te boek als de Nieuwezijds Kapel.

De eerste stap in het onderzoek was een bezoek aan Ingmar Sillius, de toenmalige conservator van de Protestantse Gemeente Amsterdam en kenner van de Nieuwezijds Kapel. Hij gaf me een uitgebreid rapport uit 2005 over de vloer en zerken van de kapel. Het bleek de sleutel bij het oplossen van dit vraagstuk.

In 1908 werd de oude kapel gesloopt, maar 4 jaar later werd een nieuwe Nieuwezijds Kapel gebouwd. Een kleine honderd jaar later, lang nadat de plek zijn religieuze bestemming had verloren, wist Merlin Entertainment de locatie nieuw leven in te blazen met de attractie The Amsterdam Dungeon. Daarvoor was wel een verbouwing nodig en daaraan werd een archeologisch onderzoek gekoppeld. Onder de vloer werden vele zerken gevonden, waarvan de contouren nauwkeurig werden opgetekend in het rapport, inclusief nog leesbare teksten. Die laatste maakten het mogelijk om niet alleen af te gaan op de nummers van de zerken – die wel vrijwel overal nog aanwezig waren – maar ook om een match te maken met de gegevens uit het gravenboek.

Aan de hand van de volledige match bij het graf van Gerret Guertsen (B21 oftewel nr. 485) was het een koud kunstje om het familiegraf van Bredero te identificeren. (hieronder in het rood)

Uit een aantekening van zijn vader weten we dat Bredero is begraven in de Heilige Stee. Dat hij is bijgelegd in het graf dat zijn vader daar had gekocht, is zeer aannemelijk. Een mooie afsluiter van dit onderzoek is dan ook het aanbrengen van een plaquette op Rokin 78, ontworpen door de Amsterdamse kunstenaar Floris Tilanus. Zo wordt op 23 augustus 2018 de laatste rustplaats van G.A. Bredero als zichtbaar erfgoed gemarkeerd.

Nabrander

En voor diegenen die van raadsels houden, nog een kleine oproep: hoeveel gravenboeken van de Heilige Stee bestaan er precies? Aanleiding voor deze vraag is dat er enerzijds een afbeelding (A) is in Stuivelings Memoriaal van Bredero en anderzijds een afbeelding in het boek in het Amsterdamse stadsarchief (B). Ze lijken op elkaar, maar zijn duidelijk anders. Opmerkelijk is dat in het Memoriaal wordt verwezen naar (B), ten onrechte dus.

(A) Memoriaal

(B) Stadsarchief – Graeffboeck van de Heÿliger Stee

Literatuur

Gawronski, Jerzy & Veerkamp, Jørgen (2007): Zerken en graven in de Nieuwezijds Kapel – Inventariserend veldonderzoek Rokin (2005); AAR (Amsterdamse Archeologische Rapporten) 7;

Stuiveling, Garmt (1970): Memoriaal van Bredero.

Dit stuk verscheen eerder op Bredero 2018.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter