Je mening over taal in/en onderwijs is een mening

Door Sue Goossens

Taal is een belangrijke bouwsteen van onze menselijke ervaring.

Om je op een simpele maar doortastende manier een beeld te kunnen schenken van het belang van taal in onze levens, kan ik je twee dingen vertellen. Het eerste gaat over een periode uit de recente geschiedenis waarin doven ervan verhinderd werden om taal te verwerven. Het woord ‘doofstom’ slaat op de gedachte dat mensen die niet konden horen of spreken gewoonweg mentale beperkt waren, en er werd van deze mensen niet verwacht dat ze zouden (kunnen) communiceren met anderen of zelfs met elkaar. Zonder auditieve of visuele representatie van informatie in het brein is het echter moeilijk om abstracte informatie te kunnen ‘vasthouden’, waardoor het niet hebben van een taal ook betekende dat de mentale beleving van deze mensen beperkt werd. Tegenwoordig is gebarentaal niet verboden, maar men is er dus er erg laat pas achtergekomen dat taal, in eender welke vorm, immens belangrijk is om te kunnen functioneren.

Het tweede gaat over een familie in Groot-Brittannië (de KE family) waarvan de ongeveer de helft van de leden worstelt met de uitspraak van geluiden, lettergrepen en woorden. Twintig jaar geleden was men van oordeel dat deze familie wellicht een genetisch probleem had en toen onderzoekers dat nagingen, ontdekten ze FOXP2. Dat wordt ook wel het taalgen genoemd, aangezien het noodzakelijk is voor de ontwikkeling van taal en uitspraak. We delen dat met onder andere zangvogels, en momenteel gaat er aandacht uit naar de sociale functies van dat gen. Taal, in eender welke vorm, is tegelijk een filter voor de meeste van onze ervaringen, als een integraal deel van die ervaringen. Het zit verankerd in onze kern. Het stelt ons in staat om te functioneren, te communiceren, te socialiseren. Taal is dan ook, in al haar vormen, van elk van ons.

Je taal weerspiegelt je omgeving

Aan alles wat je doet, komt er wel een vorm van taal te pas. Taal is een groot geschenk, maar ook een grote rode vlag die een en ander kan prijsgeven over je afkomst.

Kinderen leren taal impliciet door in interactie te treden met wat we hun primary caregivers kunnen noemen. Dat zijn dus hun naasten, in het geval dat mijn lezers nog een sikkepit geven om het Nederlands. Zoals ze leren lopen, verwerven peuters ook taal: met vallen en opstaan, en met ouders voor, naast en achter hen om ervoor te zorgen dat ze niet eindigen met letsels wanneer ze, onvermijdelijk, ten val komen. Dat is een veilige leeromgeving waar fouten legio zijn en niet afgestraft worden. Of heb je een ouder al eens een een-jarige een tabel met de vervoegingen van lastige werkwoorden zien voorhouden, en haar een lelijke sticker geven omdat ze ‘gegoven’ zei? Het is echter ook zo dat je verwerft waaraan je wordt blootgesteld. Als mijn omgeving taalrijk en divers is (mijn ouders spreken bijvoorbeeld twee talen), zal ik die bouwstenen ter beschikking hebben wanneer ik taal verwerf.

Onderzoek heeft aangetoond dat er in gezinnen onderling veel verschillen zijn. Gezinnen waarvan de leden lager opgeleid zijn, zijn geneigd op een meer directe manier te communiceren, en over concrete zaken. Denk “zet even de pot op het vuur, alsjeblieft”. Geneigd, uiteraard; er zijn altijd uitzonderingen, maar daar kom ik ooit nog eens op terug. Hoger opgeleide gezinnen scheppen op hun beurt een meer ‘taalrijke’ omgeving, met ‘uitgebreid taalaanbod’. Niet alleen kan dat betekenen dat er meer taal aanwezig is (gesproken en geschreven; kinderprogramma’s, maar ook journaals, literatuur, maar ook non-fictieboeken), maar ook de aard van die taal kan uiteenlopend zijn (denk: abstracte, gedecontextualiseerde taal).

Laat dat nu net de taal zijn die we in het onderwijs expliciet moeten gaan verwerven. Wanneer we er definities uit bijvoorbeeld wiskundehandboeken op nagaan, komen we dingen tegen zoals “de afstand van een punt tot een rechte is de afstand tussen het punt en het voetpunt van de loodlijn uit dit punt op de rechte”, of “het verschil tussen twee natuurlijke getallen is het getal dat bij het tweede opgeteld, het eerste als som oplevert”. Gedecontextualiseerd, abstract; schooltaal is een variant van het Nederlands die dichter aansluit bij de taal die in gezinnen voorkomt met een hogere socio-economische status. Dat betekent dat er altijd leerlingen in het onderwijs gaan zitten die een bepaalde mate van achterstand vertonen ten aanzien van, bijvoorbeeld, de kinderen van leerkrachten.

Onderzoek van Baker (2006) heeft uitgewezen dat het ongeveer twee jaar duurt voordat een anderstalige in staat is om te communiceren zoals een moedertaalspreker wat dagelijks onderwerpen betreft. Het kan vijf tot acht jaar duren voordat die anderstalige voldoende taalvaardigheid opgebouwd heeft om op hetzelfde niveau vaardig te zijn als een moedertaalspreker wat betreft schooltaal (of: context reduced embedded language). Als we dat extrapoleren naar moedertaalsprekers wiens taalaanbod van minder uitgebreide aard was, kunnen we, net zoals bij anderstaligen het geval is, niet zonder meer verwachten dat de stap van thuistaal naar schooltaal er een simpele zal zijn.

Taal en onderwijs

Ik vroeg een collega ooit of ze haar kinderen zou sturen naar de buurtschool, of liever een school verderop wanneer die school een betere reputatie zou hebben. Ze kaatste de vraag af, en vertelde me dat ze de kansen van haar kind bij voorbaat al vergroot door zelf hoogopgeleid te zijn. Zo komen we tot de emancipatorische functie van ons onderwijs. Het is toegankelijk voor eenieder, hetzij niet in gelijke mate; we weten bijvoorbeeld dat leerlingen met een andere thuistaal (al dan niet in combinatie met het Nederlands) vaker aangeraden wordt om het ASO te vermijden dan Nederlandstalige leerlingen), maar dat even terzijde. Het is toegankelijk voor iedereen en in theorie zou het onderwijs in staat moeten zijn om gelijke kansen te creëren, maar dat is niet zo. In een allicht futiele poging om mezelf aan te prijzen, raad ik de visietekst van het boek Taal Leren, van Koen Jaspaert en Carolien Frijns aan om een beeld te krijgen van de manier waarop dat onderwijs nog steeds de ongelijkheid reproduceert die het pretendeert uit te roeien.

Dit is vandaag relevant, aangezien De Morgen enkele academici en onderwijskenners aan het woord laat om het punt te maken dat het pover gesteld is met de taalvaardigheid van studenten in het hoger onderwijs. Er schort dus iets aan ons onderwijs, en zoals ik hoop aangetoond te hebben, beginnen de problemen mogelijk erg vroeg. Het is echter niet simpel noch zinvol om in het wilde weg een oorzaak aan te duiden. In dat krantenartikel ging het onder andere om communicatief taalonderwijs. Is dat de grote boosdoener, die de normvervaging in gang heeft gezet? Is het werkelijk zo dat de school speelser en kindser wordt met de dag, en dat het daardoor de lat lager legt? Nu, er zijn verscheidene paradigmata wanneer we het hebben over taal en onderwijs. Zelf ben ik geschoold als sociaal-constructivist, naar Vygotsky en, eerder, Piaget. Daar gaat taalverwerving over probabiliteit, de opbouw van een taalstructuur in het brein. Om van die structuur te kunnen gaan naar de taal van de schoolboeken (met een bepaalde grammatica, regels, normen) is wat meer nodig dan enkel impliciete verwerving. Ik zou denken dat de school meer zou kunnen inzetten op expliciete instructie, ware het niet dat vanuit mijn kamp soms klinkt dat dat zelfs té veel gebeurt.

Wat is de oplossing?

Aan de ene zijde roepen experts op tot een gezonde balans in expliciete en impliciete taalverwerving omdat ze vrezen dat het te expliciet is (onder andere voor de leerlingen die die basis niet hebben die hen in staat stelt om met een minimum aan problemen succesvol te kunnen zijn in het onderwijs), en aan de andere zijde zijn ze bang dat het allemaal te impliciet wordt. Te leuk. Te communicatief. Te speels. Ik ben zelf niet geplaatst om nu naar talloze onderzoeken te verwijzen die een of ander punt zouden bijstaan, aangezien dit een werkdag is en ik andere katten te geselen heb, maar net dat is mijn pijnpunt: ik wil een (socio)linguïst aan het woord zien die zich bezigt met taalverwerving in het onderwijs en die op basis van die inzichten kan verklaren, nuanceren, analyseren wat er in het onderwijs gebeurt en wat er beter kan. Eventueel zelfs hoé het beter kan. Ik apprecieer de overvloed aan meningen, visies, perspectieven, maar ik denk niet dat de grote oplossing zal komen van iemand die onvoldoende geïnformeerd is, hoe zeer diens observaties en gedachten ook gelijken op wat zij denken dat de waarheid is.

Zij die denken dat hun mening, alsook de ervaring waarop die gestoeld is, de waarheid is, hebben, in hun overhaaste uitingen, artikels en tweets, ongelijk.

Als het allemaal simpel in elkaar zat, was het onderwijs de grote gelijkmaker en stroomde iedereen uit met communicatieve én normatieve taalvaardigheid. Dan spraken we allemaal grammaticaal correct wanneer dat van ons verwacht werd. Als dat niet het geval is, zoals vandaag geopperd wordt, gaat een snelle oplossing niemand verder helpen wanneer die niet geïnformeerd is door inzicht, onderzoek en expertise. Ontkennen dat er problemen zijn in het onderwijs is zoals ontkennen dat de zon overdag de hemel verlicht, en dat is uiteraard nog minder behulpzaam dan iets doen, maar het foute doen, het overhaaste, hetgeen gebaseerd is op meningen in de plaats van feiten, kan schadelijk zijn. Het zou Einstein geweest zijn die stelde dat hij, indien hij een uur de tijd had om een probleem op te lossen, hij 55 minuten zou besteden aan de analyse van dat probleem en de overige vijf aan de oplossing zelf. De 55 minuten stromen rustig weg, en het ontbreekt ons nog aan belangrijke inzichten als we niet snel luisteren naar experts, naast de vele anderen wiens visie we nu reeds kennen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

3 reacties op Je mening over taal in/en onderwijs is een mening

  1. Nicoline van der Sijs schreef:

    stom in doofstom, stomverbaasd, stommetje spelen e.d. betekent eenvoudig: niet kunnende spreken. Ik zou dit niet ‘for the sake of argument’ relateren aan dom, omdat dat onjuist is en de meeste mensen dat ook weten.

  2. Jos Van Hecke schreef:

    Ik ben geen (meningvrije / meningloze) expert en dus heb ik enkel maar een mening: taalvaardigheid kan niet worden aangereikt, aangeleerd of ingepompt met een of andere expertenmethode. Grotere of andere taalvaardigheid moet je zelf verwerven (bv .door te lezen, véél en verscheiden te lezen en door te schrijven, véél en verscheiden te schrijven én door te praten, véél en verscheiden te praten, niet in krom internet Engels maar in goed en creatief Nederlands). Zoals Einstein zegde en allicht ook deed: hij loste zijn probleem zelf op, zonder de hulp van de ‘inzichten’ van externe experts. Voor het verwerven van een grotere /betere taalvaardigheid moet dat ook lukken, niet alleen voor ‘Einsteins’ maar voor iedereen die zelf de moeite wil doen en daar ook het nut van inziet maar misschien wringt juist daar wel het maatschappelijk-cultureel schoentje van onze (internet) tijd?

Reacties zijn gesloten.