Gedicht: Hein Boeken • Café chantant

Café chantant (II)

En onder ’t zuivergele gaslicht blozen
Blanke arme’ en halze’ en glanst het gouden haar,
En kruise’ of spreiden zich in rozen hozen
De fijne slanke beenen paar naast paar.

De blouse’ omsluite’ in velerhande posen
De lichamen die groeiden jaar en jaar,
Tot schoot en boezem konden voede’ en kozen
Wat in haar groei’ met pijn en lijfsgevaar.

En schoot en boezem werden lekkernij
En speelgoed voor de mannen die genieten
Van lekker, maar het meest van menschenlijf.

Nu zitten daar die vrouwen op een rij
En zinge’ om beurte’ een liedje van genieten
En zijn een blijd en vroolijk tijdverdrijf.

Hein Boeken (1861-1933)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.