Gedicht: Dewi de Nijs Bik • Er was eens

Er was eens

een prins, hij had een oogje op me. Het mocht alleen niet
wederzijds zijn van hem. Als hij nu vraagt wat ik voel
zeg ik dat onze lichamen bij elkaar passen. Hoe?

Hij speelt de archeoloog door mijn botten
op te graven. Een voor een houdt hij ze omhoog
maar niet één goede vondst. Ik leg vervolgens

mijn oor tegen zijn borstkas alsof het een kluis is
waar iets verborgen in ligt, draai aan zijn tepel
tot er wat op zijn plek valt – Nee,

zegt hij, het sprookje gaat anders.

Dewi de Nijs Bik (1990)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter