Een dichter kan best zonder emoji

Door Marc van Oostendorp

Wat hoort er allemaal bij een gedicht? Horen leestekens erbij? De typografie? De grootte van de letters? Experimentele dichters in de jaren vijftig gebruikten geen hoofdletters, punten of komma’s. Dat betekende iets, zoals het bij bepaalde dichters in de negentiende eeuw paste om juist overal beletsel- en uitroeptekens (….!) te plaatsen. Aan het begin van de twintigste eeuw schreef Paul van Ostaijen gedichten die hun betekenis verliezen als je alle woorden in hetzelfde lettertype schrijft.

Maar horen daarom smileys – die anders gebruikte dubbele punten en haakjes sluiten 🙂 –, of moderner nog: emoji (🙂), in een gedicht thuis? Dat is een vraag naar de grenzen van de taal. Emoji zijn een manier om een snufje lichaamstaal toe te voegen aan de altijd wat droge schrijftaal. Tot niet zo lang geleden waren de grenzen tussen schrijf- en spreektaal absoluut. Waar je bij het spreken je taal kon nuanceren door mild met je hoofd te schudden, of ineens woedend je vuist te ballen, moest je het op papier doen met je volzinnen. Emoji lossen dat probleem volgens sommigen op, vooral natuurlijk voor het soort snelle communicatie via Facebook Messenger of WhatsApp waarvoor ze zijn ontworpen.

Monotoon

We hebben in het verleden de grenzen van de taal misschien ook wat strak getrokken. Lichaamshouding en stembuigingen horen misschien zo goed bij taal als klinkers en medeklinkers. In alledaagse gesprekken geven sprekers met handgebaren de grenzen van woordgroepen aangeven, en luisteraars, die ook kijkers zijn, gebruiken die informatie om de zin beter te begrijpen.

Dat geldt potentieel ook voor de poëzie. Een dichter kan met de klankkleur van haar stem, met al dan niet subtiele gebaren en met af en toe een knikje haar voordracht onmiskenbaar verrijken. Er bestaan geloof ik geen bezoekers van poëziefestivals die er de voorkeur aan zouden geven dat een computerstem volkomen monotoon teksten opdreunt.

Instrumentarium

Wat dat betreft zouden emoji ook aan geschreven gedichten wel iets toe te voegen hebben. Maar ze hebben ook één groot nadeel: ze vormen een afgebakende verzameling tekeningetjes zijn die zijn vastgesteld door een commissie waarin vooral Amerikaanse tech-giganten een belangrijke stem hebben: Google. Apple. Facebook. Gebruik van emoji bevrijdt je taal precies evenveel als Mark Zuckerberg wil.

De moderne techniek biedt veel meer mogelijkheden om je tekst te verrijken dan die armetierige emoji: je kunt hem voorzien van met de hand getekende tekeningetjes, animaties, je kunt jezelf filmen en je laten zien. Emoji zijn daar maar een slap aftreksel van. Ja, ze worden door iedereen in het dagelijks gebruikt, zoals punten en komma’s. Maar als ze ooit een standaardelement van het dichterlijk instrumentarium worden, is zelfs de poëzie onder controle gebracht van de dames en heren van de big data.

Dit stukje verscheen vorige maand in het zeer lezenwaardige zomernummer van de altijd lezenswaardige Poëziekrant.