De vriend en ik

Door Marten van der Meulen

Een tijd geleden schreven we op het blog De taalpassie van Milfje over de vreemde discrepantie die bestaat bij het benoemen van man/vrouw-relaties (m’n mannetje vs het vrouwtje) en het vreemde gebruik van m’n mannetje voor mannelijke baby’s. Nu attendeerde mijn kamergenoot Alan Moss (lees ook vooral zijn zeer leesbare stukken over zeventiende-eeuwse reisverhalen) me op een andere vorm: de vriend en ik. Ahum, wat gebeurt hier?


De vriend

Allereerst: waar hebben we het nu eigenlijk over? Het is in principe natuurlijk heel normaal om voorkomens tegen te komen in de vorm de X en ik. De man en ik gingen samen naar binnen: dat is een prima zin, die zou kunnen bestaan. Maar het gaat hier om een specifiek type van deze constructie, waarbij je eerder het bezittelijk voornaamwoord mijn zou verwachten. In plaats daarvan komt er echter een bepaald lidwoord. Zie bijvoorbeeld deze tweet:

En zie ook deze:

Zie hier voor nog een aantal resultaten. Heel frequent is het (nog) niet, zoals ook een Google-zoektocht laat zien. Toch komt het vaak genoeg voor om niet te spreken van een puur idiosyncratische taaluiting. Er is wat aan het handje!

The boyfriend

Waar komt dit gebruik vandaan? Ik ben normaal niet zo van de Engelse invloed (die is zelden te bewijzen), maar in dit geval zou er toch mogelijk weleens sprake van kunnen zijn. In het Engels komt the boyfriend and I namelijk veel vaker voor, en bovendien veel langer. Ik herinner me nu ook dat ik in ieder geval één Facebookvriendin heb die dit gebruikt in het Engels (ze heeft jarenlang in Londen gewoond). Het Engels kent daarnaast ook andere verschijningsvormen van de constructie the X and I:

Maar waarom gebruiken mensen deze vormen? Natuurlijk ben ik niet de eerste die hier over nadenkt (maar misschien wel in het Nederlands). Hier wordt geopperd dat het bepaalde lidwoord algemener is dan een bezittelijk voornaamwoord. Als je zegt: Het paard is een nobel dier heb je het over paarden in zijn algemeenheid. Als je zegt Mijn paard is een nobel dier, dan heb je het over één specifiek paard. Hoewel dit een effect is van het gebruik van deze woorden, vraag ik me af of er bij de vriend en ik wel sprake van is. Het gaat tenslotte altijd om een specifieke vriend. En toch speelt dit wel een zekere rol.

Eufemisme

Ik denk dat er een andere verklaring is: het is simpelweg een eufemisme. Liefde en relaties zijn onderwerpen die gemarkeerd zijn. Je stelt je onmiddelijk kwetsbaar op, en daardoor ervaren mensen het soms als gênant om over te praten. Dat is niet per se mijn mening, je kunt dat gewoon observeren. Je merkt het bijvoorbeeld aan de afwijkende intonatie die mensen gebruiken om ‘mijn vriendje’ of ‘mijn lief’ te zeggen. En je merkt het aan de vele vervangende opties die je hebt om vooral de relatie te bagatelliseren: mijn pril geluk, mijn scharrel, mijn fling, mijn bijslaap, mijn seksmarmotje, etcetera.

Door het gebruik van het bepaalde lidwoord maak je je partner dus algemener. Dat werkt misschien verzachtend: het partnerschap is een rol geworden, en dus minder eng. Een andere eufemistische factor kan de toegenomen formaliteit zijn. Dit is een bekende beleefdheidsstrategie. Sterker nog, formaliteit is voor een groot deel waar beleefdheid op gebaseerd is. Beleefdheid wordt gebruikt om bijvoorbeeld iets te vragen waarvoor je je schaamt, of waardoor je gezichtverlies lijdt. Enfin, lees Brown & Levinson er maar op na.

De vriendin?

Nu is het natuurlijk aardig om te kijken of de X en ik n het Nederlands ook een productieve constructie is geworden, net als X is het nieuwe Y, of de X die je wist dat zou komen. Om productief te zijn moeten er andere woorden op de plek van X staan. Nou, het lijkt er wel op, in ieder geval wat betreft vrouw:

 

De partner en ik komt op Twitter in ieder geval niet voor. Maar is het een constructie? Dat weet ik nog niet zo goed. Alle voorkomende gevallen komen ook in het Engels voor, maar men lijkt er niet creatief mee om te gaan wat betreft andere relaties. Scharrel, fling, bijvrouw komen allemaal niet voor. Wat wél voorkomt (tot mijn verrassing) is de relatie en ik, maar daar lijkt maar één echt geval van te zijn:

Constructie of niet, het is een interessant geval. De schrijfpartner en ik houden blijven het nauwlettend in de gaten houden.

Dit stukje verscheen eerder op het blog De taalpassie van Milfje

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

6 reacties op De vriend en ik

  1. Sarah schreef:

    Interessant, want nu ik het lees, besef ik dat ik dit inderdaad vaak hoor. Ik vraag me af of het niet al veel langer met familieleden gebeurt, zeker als het om een groep(je) gaat:

    “Zondag hebben we een etentje met de familie.”
    “Ik moet snel vertrekken om de kinderen te gaan halen.”

    Mijn aanvoelen is dat de boodschap net iets anders is als je hieraan bezittelijke vnw. toevoegt. Ik heb de indruk dat zulke de-zinnen vaak huishoudelijke mededelingen met als hoofdboodschap een praktische mededeling: over werk dat gedaan moet worden, of over plannen. De boodschap wordt zo eenvoudig mogelijk gehouden, het hoofd van de verteller zit als het ware bij wat er moet gebeuren, en minder bij hoe het zit met verwantschap tussen de aanwezigen. Er zit naar mijn aanvoelen ook een bijsmaak van verplichting aan dergelijke zinnen.

    Maar ik hoor ook vaak de-constructies die eerder lijken aan te sluiten bij de voorbeelden die jij aanhaalt over romantische relaties. Zinnen die vroeger misschien alleen met een bez. vnw. voorkwamen.

    Met het hippe ‘kids’ klinkt het naar mijn aanvoelen al helemaal ingeburgerd:
    “we brengen een weekend door zonder de kids”

    Verder wat dingen die ik al heb gehoord:
    “De dochter zit namelijk op Instagram, sinds een paar maanden” (http://www.kerygma.be/2018/05/18/kinderen-en-social-media.htm/comment-page-1) (deze blog heeft eindeloos veel voorbeelden van ‘de dochter’-constructie, misschien als semi-literaire manier om zich te onderscheiden tussen de “mommybloggers”?)

    ‘de ouders’: mijn nichten uit de Brusselse Rand (geen idee of dat relevant is) gebruiken dat consequent en spreken nooit over ‘mijn ouders’. Het zijn jonge vrouwen, en de theorie van ‘eufemisme’ lijkt me te kloppen hier: ‘de ouders’ klinkt net wat hipper en onafhankelijker, meer als twee mensen die je toevallig kent, dan als, tja, ouders.

  2. Jos Houtsma schreef:

    Eufemisme, oké.

    Maar wat misschien ook speelt is een neiging om de suggestie van bezit die het possessivum oproept te vermijden.

  3. Peter-Arno Coppen schreef:

    Naar mijn indruk bestaat ‘de vrouw’ als aanduiding voor ‘mijn vrouw’ regionaal al heel lang. Misschien is ‘de man’ een soort emancipatoire extrapolatie daarvan.

    Ik ken ook mensen die het over ‘het kind’ hebben als ze hun eigen zoontje bedoelen.

    • Ja, er was onlangs die discussie over het thema van de boekenweek: De moeder de vrouw.

      Ik mis overigens in je bespreking het begrip ‘ironie’. Dat lijkt mij gevoelsmatig meer van toepassing dan ‘eufemisme’. Er is weliswaar sprake van een soort schaamte, maar niet omdat ‘vriend’ nu voor de luisteraar zo’n akelig woord is – en met eufemismen wil je toch eerder de ontvanger niet kwetsen. Ik denk daarom ook dat ‘beleefheid’ evenmin per se een belangrijke factor is. Het is denk ik niet zozeer onbeleefd om over je vriend te spreken, en het gezicht van je gesprekspartner wordt er ook niet door bedreigd (tenzij die zelf naar je hand dingt, maar dat is weer een ander verhaal). Voor zover er een gezicht wordt bedreigd, is dat je eigen gezicht.

      Ik heb eerder het idee dat mensen vinden dat ‘mijn vriend’ zo officieel en plechtig klinkt en daarom er een ironische draai aan geven. Op de radio (in mijn omgeving veel minder) hoor ik af en toe ook mensen spreken over ‘vriendlief’. Dat kan ik ook alleen maar op die manier duiden: je zegt het wel maar neemt er tegelijk een beetje afstand van. En dat is dus precies ironie.

      • Peter-Arno Coppen schreef:

        Ja, dat voel ik zo ook wel. Ondertussen zijn het wel vormen die in het verleden door de man over zijn echtgenote zonder enige ironie gebezigd werden. Vandaar dat ik er ook iets emancipatoirs in zag. Iets spottends ten opzichte van dat traditioneel-mannelijke taalgebruik.

  4. Henk schreef:

    In elk geval in het Fries en Gronings is ‘de frou’ of ‘de vraauw’ al heel lang een gebruikelijke aanduiding voor de echtgenote van de spreker. In het Fries wordt ‘myn frou’ zelfs als hollandisme beschouwd. Misschien is wat je tegenkomt een door een van de noordelijke streektalen beïnvloede regionale vorm.

    Het kan best zijn dat de alternatieven voor ‘mijn vriend(in)’ eufemismen zijn, maar ik zou ook niet uitsluiten dat ze mogelijk verlegenheidsoplossingen zijn, die niet als doel hebben om gezichtsverlies te voorkomen of een moeilijk onderwerp uit de weg te gaan, maar die een ad-hocplossing vormen voor het probleem dat er geen ingeburgerd woord is voor de levensgezel van het andere geslacht met wie de spreker niet getrouwd is.

    Toen mijn vrouw en ik nog niet getrouwd waren, maar al wel samenwoonden, vonden we het ook lastig om een sociaal passende aanduiding voor elkaar te vinden. Ik heb daar toen dit stukje over geschreven:
    http://www.demoanne.nl/hoe-tsjut-ik-myn-oarehelte-oan/

Laat een reactie achter