De kleuter en de peuter – nog meer afstandelijkheid in relaties

Door Sterre Leufkens

Hartverwarmend en veelvuldig, dat waren de reacties op dit stukje over een taaltrend: het spreken over je partner als ‘de vriend(in) ‘ en ‘de vrouw/man’. Jullie doen en zien dit ook voortdurend. En het verschijnsel staat niet op zichzelf, want er is nog een andere geliefde, die regelmatig met de benoemd wordt: de peuter dan wel kleuter.

Eerst een paar cases in point.

Ik zou nu graag willen testen of dit verschijnsel toeneemt, maar dat is knap lastig, want ‘de kleuter’ etc. wordt natuurlijk op veel manieren gebruikt en ik heb geen tijd om dat allemaal te gaan zitten filteren. Jammer, want in de reacties op ‘de vriend(in)’ werd gesteld dat het al veel langer gebeurt, in het oosten van het land dan wel bij specifieke columnisten. Kan kloppen, maar zeker weten doen we het niet. Gelukkig kunnen we wel lekker speculeren over het waaróm. Want, waarom?

Waarom?

Een mogelijkheid is dat mensen dit zo zeggen om verschillende kinderen te onderscheiden: we hebben de baby, de peuter, en de kleuter. Dit lijkt me aan de hand in deze tweet:

‘De baby’ is hier natuurlijk gewoon een verwijzing naar de eerder genoemde baby, niet te verwarren met de peuter of de zevenjarige. Een heel klassiek gebruik van de. Maar in de tweets bovenaan is iets anders aan de hand, en dat kan ik bewijzen met de tweet van Aafke Romeijn (de 3e): zij heeft precies 1 kind, en ‘de peuter’ kan dus onmogelijk een desambiguerende functie hebben. Er moet een andere reden zijn.

Grappige afstand

De verklaring van Marten voor ‘de vriend(in)’ is dat het een soort eufemisme is: praten over je geliefde is intiem, persoonlijk, en daarom in sommige (publieke) situaties een beetje gênant. Om het iets minder privé te laten klinken, kun je dan een bepaald lidwoord (de/het) gebruiken in plaats van een bezittelijk voornaamwoord (mijn) – dat is wat afstandelijker. Het doet me denken aan Sylvia Wittemans term ‘huisgenoot P.’ om haar man te beschrijven. Ze neemt daarmee een afstandelijke houding aan, alsof Philippe Remarque een toevallige en onbelangrijke huisgenoot is in plaats van de vader van haar kinderen.

Hetzelfde is denk ik het geval bij de peuters en de kleuters. Je kind is zo ongeveer het intiemste dat er is, de meest persoonlijke, geliefde en nabije persoon in het leven van een ouder. Als je in een situatie bent waar je je misschien niet van je allerpersoonlijkste kant wilt laten zien (bijvoorbeeld op een platform waar duizenden mensen die je niet kent jouw boodschappen kunnen lezen en er soms bijzonder vijandig op reageren), kun je met de een pietsie beetje afstand creëren.

Die afstand werkt, net als bij huisgenoot P., ook grappig: door juist het meest persoonlijke in je leven op een afstandelijke manier te benoemen, ontstaat een grappige spanning. Alsof je geliefde ‘Ik hou van je’ zegt, en jij antwoordt: ‘Ik vind jou ook wel aardig.’ (Let op: dit is vooral grappig voor derden, niet voor je partner.)

Emancipatie

Een andere mogelijke verklaring, trouwens, komt van Nadine, trouwe lezeres van De taalpassie van Milfje. Ze stelt dat mensen misschien het bezittelijke voornaamwoord vermijden, omdat ‘mijn vriend(in)’ zo bezitterig en daarmee ongeëmancipeerd klinkt. Dat zou ook nog kunnen natuurlijk – ik voel ook wel dat ‘mijn man’ (of beter/erger: ‘mijn mannetje’) wat claimerig kan zijn. Anderzijds is ‘de moeder de vrouw’ natuurlijk het minst geëmancipeerde en meest bezitterige gebruik van de dat er bestaat, maar goed, laten we over die frase nu maar even ophouden.

Zo lieve mensen, nog een taaltrend gesignaleerd. What’s de volgende? Gaan we in de toekomst gewoon alles en iedereen afstandelijk benoemen? Weg met bezittelijk voornaamwoorden voor mensen? Het bezitten van mensen, daar doen we tenslotte al een hele tijd niet meer aan! Iedereen is van zichzelf, de peuter heeft de toekomst!

Dit stukje verscheen eerder op De taalpassie van Milfje.