De kam van de buurvrouw

Door René van Stipriaan

Bron: DBNL

Wie van literatuur hield, ging geen letteren studeren. Met die waarheid, opgepikt van Gerrit Komrij of Karel van het Reve, leefde ik toen ik eind jaren zeventig een studie koos. Het werd iets anders. Tijdens mijn eerste maanden als student in Amsterdam, leerde ik een ouderejaars Nederlands kennen. Hij deed waar hij zin in had, had een leuke etage vol boeken in de Nieuwe Kerksstraat en een beeldschone vriendin. Eens in de zoveel weken vroeg hij waarom ik niet overstapte naar Nederlands, als ik toch zo van literatuur hield.

Ik was een keer bij hem toen hij vertelde hoe hij die ochtend, zonder dat zij er erg in had zijn buurvrouw had geobserveerd bij het aankleden en haar opsteken. ‘Net dat sonnet van Bredero,’ zei mijn vriend Chris, en begon uit zijn hoofd te citeren: ‘Vroegh in den dageraet, de schoone gaet ontbinden, / Den Gouden blonden tros, Citroenich van coleur / Gezeten inde Lucht, recht buyten d’achter deur,’ en zo ging het door, met roezige woordreeksen ‘Dan beven Amoureus de lieffelijckste Winden’, ‘tgheele zijdich hayr’, ‘groeten met een geur’ en dan: ‘Gheluckich is de Kam, verguldt van Elpen been, / Die dese vlechten streelt’.

Onweerstaanbaar

Die dag besloot ik dit ook te willen kunnen: een vrouw zien poedelen en aan een gedicht denken. Ik ging alsnog Nederlands studeren; halverwege het studiejaar stapte ik over. Van het romantische verlangen om de wereld met literaire ogen te kunnen zien bleef al binnen een paar maanden weinig over. Het gedicht ‘Vroegh in de dagheraet’ bleek niet eens van Bredero te zijn, maar slechts per ongeluk op zijn naam te staan. Bredero raakte uit het zicht. Er volgden kronkelige omwegen, lange dagen in de bibliotheek, late uren in het café, stapels boeken van het Waterlooplein, voor ik erachter kwam dat er niets interessanters was dan de fonkelende maar cryptische wereld van de zeventiende eeuw.

In 1985 werd Bredero herdacht; mijn vriend Chris, inmiddels artistiek leider van theater de Engelenbak organiseerde een meerdaags straatgebeuren van legendarische allure. Weer dertig jaar later werd me door het comité Bredero 2018 gevraagd of ik een boek over Bredero wilde schrijven. Dit alles dankzij de kam van de buurvrouw uit de Nieuwe Kerkstraat, op die ochtend in oktober 1978.

Dit stuk verscheen eerder op Bredero 2018.

 

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.