Taal in een weekendkrant

Door Siemon Reker

Lezen veel abonnees een krant he-le-maal, laat staan een weekendkrant? Ik krijg NRC Handelsblad al een poosje dagelijks bezorgd maar ik kan me niet herinneren dat ik een exemplaar geprobeerd heb, van A tot Z te lezen. Dat is dit weekend veranderd – opeens zag ik dat er stukken in staan over het Rif-gebied in Marokko waarbij er niet over en weer naar elkaar verwezen wordt of hoe er op meerdere plaatsen sprake is van platformeconomie om zomaar iets te noemen.

Gelezen met het oog op taal – aha, staan er veel taalfouten in die krant? Nee, lezer, ik heb niet in de eerste plaats corrigerend gelezen, maar daarover verderop nader.

Megarechtszaak

Daar komen we bij iets opvallends: op enkele plaatsen wordt door de auteur een aankondiging gedaan van iets dat verderop terug zal komen. Bijvoorbeeld: “Daarover straks meer” en “waarover later meer”. Die sturende tekstopmerkingen vielen me nu op en ze verbaasden me ook, want straks en later lijken tijdsbepalingen, maar de lezer leest ruimtelijk – ik zou dus verderop verkiezen.

Uiteraard is ook NRC Handelsblad van eind juli 2018 geschreven in het Nederlands van de tegenwoordige tijd. We zien dus een aantal keer en een aantal jaar, taal die een 10, 15 jaren eerder nog niet zo gemakkelijk in de krant zou belanden omdat er toen meer sprake was van een aantal keren en jaren. We lezen van het begin van een maatschappelijke diensttijd, – „We onderzoeken nog waar jongeren op aanslaan en waarop niet”, zegt een woordvoerder van het ministerie. Aanslaan, dat is taal van het Binnenhof en nabije omgeving, ook al heb ik daar tot dusver weinig waakhonden gezien. En dat er sprake is van een megadam en een megarechtszaak onderstreept al net zo dat we met de taal een stuk in de 21ste eeuw beland zijn als het meervoud hakenkruizen dat enige tijd geleden echt in bredere kring hakenkruisen was.

Naamgevingstrend

Mondeling is de geschreven tekst in deze weekendeditie ook als we een geïnterviewde zien zeggen “ik trek dat zó slecht”, of dat Dumoulin nog van het podium zou kunnen “lazeren” – laten we dat “niet normáál” noemen, simpelweg “niet leuk meer”. Het is in elk geval stilistisch van een heel ander slag dan de tekst in het hoofdredactionele commentaar die spreekt van “noopt tot lastige vragen”. Noopt dat is van een andere orde dan lazeren, maar de kwestie-Israel is ook iets heel anders dan de mogelijke eindrangschikking van de beste Nederlandse wielrenner in de Tour de France van 2018.

Een interessant stuk over een vertaling van een authentieke detective in Amerika bevatte de aanduidingen Golden State Killer, Green River Killer, East Area Rapist en Original Night Stalker: staan nog niet opgespoorde serieboeven in Amerika bekend onder een trio kenmerkende aanduidingen? Direct maar even gekeken of de Nederlandse naamgevingstrend nog is zoals hier een keer beschreven, namelijk liefst drie voornamen. Jazeker, de pasgeborenen hebben volgens de advertenties in de NRC 1x 1 voornaam, 3x twee voornamen, 1x vier stuks en het meeste (zes maal) drie voornamen. Drie is de trend, Renske Hinke Jannetje.

Rechtsgedraaide taugé

Drie komt terug in een verhaal waarin Australië aan de orde komt, het motto tegen huidkanker is daar slip-slop-slap, vertaald als ‘smeren, kleren, weren’. En de strijd tegen wilde katten wordt soms gestreden onder een Engels driewerfsmotto Trap, Neuter and Return. Vangen, onvruchtbaar maken en dan terug naar het wild.

Heb ik uit deze krant woorden geleerd of moet ik ze nog opzoeken? Jazeker, wat te denken van kroonvuur en het laddereffect of kletsklets? Of neem suikerhoudende herrie? Meer Engels dan ooit duikt er tegenwoordig in een gewone Nederlandse krant op, lang niet alles in deze sector zijn deze voorbeelden: jinx, fling, endurance racing, grid, paddock, unpluggen, condom snorting, cosplay – cool! Containment en freerider vergeet ik bijna.

Verrast was ik door de rechtsgedraaide taugé in het ene stuk en de linksgedraaide quinoa in een andere bijdrage. In beide gevallen betreft het vrij zeldzaam voorkomende bijvoeglijke naamwoorden met spottende inhoud, opgekomen rond 1990.

Bortugal

En dan, zoals aangekondigd, taalfouten. Veel? Nee – maar ik let er niet in het bijzonder op. Tweemaal dreigde in dezelfde zin zag ik en dat was vast een aangepaste tekst waaruit dat werkwoord eenmaal nog had moeten verdwijnen. “De Waal is een van de rivieren die Nederland doorsnijdt” of zoiets – klopt dat? De Waal is, maar rivieren doorsnijden toch? Welk type moleculen worden… of was wordt door het enkelvoudige type grammaticaal toch beter?

Ja en iets op hun rader hebben zal vooral een tikfout zijn, als er door de schrijver niet in stilte op de uitspraak gevaren is (als kind schreef ik wel eens moter) net als bij wijze van spreke.

Leerzaam zo’n weekendkrant helemaal lezen. Wist u, lezer, bijvoorbeeld dat het Arabisch het woord voor sinaasappel ontleend heeft aan Portugal (namelijk Bortugal) en niet zoals wij aan China?

Dit stuk verscheen eerder op het eigen weblog van Siemon Reker.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.