René de Saussure en het woord

Door Marc van Oostendorp

René de Saussure

Ferdinand de Saussure  (1857-1913) was een van de beroemdste taalwetenschappers van zijn tijd, iemand die als jonge twintiger al enige verbazingwekkende ontdekkingen op zijn naam had staan. Toen hij hoogleraar in Genève werd, werd hij dan ook af en toe overstelpt met uitnodigingen. En één keer stuurde hij zijn broer, René.

Het was een uitnodiging van een groep esperantisten. Die taal stond in die tijd, rond de eeuwwisseling, sterk in de belangstelling onder intellectuelen. Door moderne technologie als de trein en de telegraaf was de wereld aan het eind van de negentiende eeuw een stuk kleiner geworden en daardoor de taalproblemen een stuk voelbaarder. Zouden zulke problemen ook niet technologisch kunnen worden opgelost, met een taal die gemaakt was om zo transparant mogelijk te zijn?

De esperantisten organiseerden een congres in Genève en dachten dat ze de steun van een beroemde taalkundige wel konden gebruiken, maar Ferdinand stuurde dus zijn broer. René (1868-1943) was 11 jaar jonger dan zijn broer, en vooral een begaafde wiskundige. Hij bezocht het congres en raakte er begeesterd door de nieuwe taal – niet alleen door de idealen die erachter staken, maar vooral door de helderheid die hij in het systeem meende te zien. En door dat enthousiasme raakte hij gaandeweg zelf een taalkundige, die heel erg geïnteresseerd was in de vraag hoe woorden in elkaar zitten – de deeldiscipline van de taalwetenschap die morfologie heet.

Kroning

Dat kwam zo. Het Esperanto was ontworpen door Lejzer Zamenhof, een Pools-Joodse oogarts, die vooral zijn best had gedaan op de morfologie – in die tijd het onderwerp in de grammatica dat de meeste aandacht trok. Hij had een logisch systeem gemaakt dat ook een van de aantrekkingskracht van de taal was voor veel leerders. Een aantal Franse intellectuelen, zoals de wiskundige Couturat, vond het systeem echter te weinig doorzichtig en stelde uiteindelijk in 1906 een alternatieve taal voor, het Ido.

René wierp zich op als een verdediger van het door Zamenhof ontworpen systeem en bedacht gaandeweg dat de manier waarop die taal werkte de essentie was van iedere taal: een systeem van stamen en voor- en achtervoegsels, die je allemaal als legosteentjes met elkaar kon combineren (van de blokjes mens en achtig kun je het woord mensachtig maken, van kroon en ing het woord kroning).

Die ideeën over hoe logisch woordbouw in menselijke taal in elkaar zit, werkte Saussure uiteindelijk uit in een aantal boekjes, die nu opnieuw zijn uitgegeven door Stephen Anderson, een van de beroemdste morfologen van dit moment, en Louis de Saussure (inderdaad een verre nazaat, en zelf ook taalkundige in Zwitserland). Het is verschenen bij Language Science Press, wat betekent dat de pdf gratis te downloaden is, want LSP is een uitgever die helemaal door wetenschappers draaiende wordt gehouden, er gaat geen euro naar de commercie.

Ik mocht in het boek een hoofdstukje schrijven over de esperantistische achtergrond van Saussures ideeën. Anderson legt erin uit hoe René’s ideeën over de legodoos diametraal stonden tegenover die van zijn broer, maar hoe ze ook het begin waren van een lange lijn van denken over woorden die nog steeds voortduurt.

René de Saussure and the Theory of Word Formation. Edited by Stephen R. Anderson and Louis de Saussure. Berlin: Language Science Press. Bestelinformatie en downloaden bij de uitgever.

 

 

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.