Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

Door Ghislain Duchâteau

Het overlijden van een belangrijke didacticus Nederlands doet mij denken aan de tijd dat zijn werk in de actualiteit was. Dat is dan wel een hele tijd geleden. Toch blijven een aantal aspecten en ideeën van Wim Drop tot op zekere hoogte doorwerken in het actuele onderwijs Nederlands.

In mijn didactische bibliotheek Nederlands grijp ik dicht bij de hand het werk Taalbeheersing. Handboek voor taalhantering van dr. W. Drop en Drs. J.H.L. de Vries uit 1974. Daarbij hoort een Oefenboek 1 bij Taalbeheersing Preliminaire vaardigheden eveneens van beide auteurs uit 1974. Ook reik ik naar Inlevend lezen. Een cursus verhalen lezen, bij Wolters-Noordhoff in 1983 gepubliceerd. En dat is nog niet alles. Van Drop/De Vries is ook Ter informatie. Leergang samenvatten & schrijven van zakelijke teksten en het daarbij horende Docentenboek steeds bij dezelfde uitgever in 1976 gepubliceerd. Deze kleine opsomming leert ons alvast hoe actief de nu overleden Wim Drop is geweest in het vlak van de didactiek van het Nederlands in de periode 1970-1990. Al lang voor hij geroepen werd om hoogleraar taalbeheersing te worden aan de Universiteit van Utrecht in 1982 had hij al heel wat onderzoek verricht en gepubliceerd rond taalbeheersing. Een volwaardige kijk op de publicaties aanwezig in de bibliotheek van de Gentse Universiteit bevestigt dat. Ook de literatuur in verband met tekstbenadering behoorde tot zijn belangstellingsvelden. In 1988 werd zijn leeropdracht uitgebreid met toegepaste tekstlinguïstiek. In 1990 echter ging hij al vervroegd met emeritaat.

Te vergeefs zoek ik in mijn bibliotheek naar zijn boekpublicatie Indringend lezen, waarin hij voor het onderwijs Nederlands de ‘close reading’ introduceerde. Hij was in zijn tijd daarin vele jaren voor. In 2012 werd deze methode voor begrijpend lezen door Fisher en Frey voorgesteld voor het lezen van zakelijke teksten, waar  Drop die benaderingswijze initieel toepaste op poëzieteksten en literaire verhalen. In zijn boekje over Inlevend lezen, dat de analyse aanbiedt van goed gekozen verhalen uit de Nederlandse literatuur, verplaatst hij zijn aandacht van theoretisch inzicht in de benadering naar beleving van het verhaal zelf. En belevend lezen is nog steeds een van de belangrijke benaderingswijzen in de huidige literaire leesdidactiek op school.

De betekenis van het didactisch werk van Drop ligt vooral ook in de introductie in de didactiek van het Nederlands van het begrip taalbeheersing. Zijn handboek Taalbeheersing dat vooral op de concrete beheersing in communicatieve situaties is toegespitst, bezorgt in die jaren zeventig een handreiking voor studerenden om zelf tot een behoorlijke beheersing te komen van een stel vaardigheden die in de taalbeheersing kunnen worden onderscheiden. In het ‘Voorwoord’ op hun handboek omschrijven Dorp en De Vries taalbeheersing als volgt: ‘We verstaan onder iemands productieve taalbeheersing de mate waarin hij in een communicatiesituatie zijn ideeën zo onder woorden kan brengen, dat de ander(en) begrijpen wat hij bedoelt. En, onder iemands receptieve taalbeheersing de mate waarin hij uit de woorden van de ander diens ideeën kan reconstrueren’ (blz. 5). Ook dat begrip houdt stand in de huidige onderwijspraxis van het Nederlands, vormt zelfs de kern van dat onderwijs.

Met veel respect voor dat alles, voor wat Wim Drop heeft onderwezen en gepubliceerd binnen het werkveld van de didactiek van het Nederlands gedenken we hem nu ter gelegenheid van zijn heengaan op 1 juli 2018 in de leeftijd van 89 jaar.

 

Dit bericht is geplaatst in column, In memoriam, Neerlandistiek voor de klas, taalbeheersing met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

  1. Jan Uyttendaele schreef:

    De grote verdienste van Drop op het terrein van de didactiek van het Nederlands is inderdaad geweest, dat hij een aantal wetenschappelijke inzichten voor het eerst geïntroduceerd heeft in de praktijk van het voortgezet onderwijs. Eerst heeft hij in de jaren ’70 de structurele verhaalanalyse met veel succes in de klas gebracht door middel van zijn ‘Indringend lezen’ (later herzien onder de titel ‘Inlevend lezen’). Als je die boekjes vergelijk met de publicaties van Lodewick (‘Literaire Kunst’), die toen nog algemeen gangbaar waren, dan zie je pas hoe revolutionair vooral ‘de paarse Drop’ is geweest. Later hebben Anbeek en Fontijn die taak overgenomen in het al even vaak herdrukte ‘Ik heb al een boek’. Daarna heeft hij de wetenschappelijke taalbeheersing vertaald naar het onderwijs. Als je bedenkt dat taalbeheersing (of taalvaardigheid) in het onderwijs van de jaren ’70 nog synoniem was met ‘Verzorgd Nederlands’ (Hermkens), dan besef je pas hoe revolutionair dat is geweest. Dat is hem echter minder goed gelukt met zijn eigen schoolboeken, maar in zijn voetspoor hebben Braet e.a. het onderdeel taalbeheersing (of taalvaardigheid) van het schoolvak Nederlands een stevige wetenschappelijke basis gegeven.

Reacties zijn gesloten.