Gedicht: Jan Prins – De goede dingen en de kwade

De goede dingen en de kwade

De goede dingen, omdat zij de zwakste waren,
Zijn door de kwade van deze aarde eenmaal verjaagd.
Ten hemel zijn zij op gevaren,
En hebben daar aan Zeus gevraagd,
Hoe dat nu moest, om met de menschen nog te leven.
De Oppergod gaf hun te verstaan,
Dat zij niet allen tegelijk hadden te gaan,
Maar een voor een zich naar omlaag moesten begeven,
Opdat hun vijanden het niet
Bemerken zouden; en zoo is geschied.

Vandaar dan ook, dat we op de kwade dingen,
Die als in hinderlaag ons van nabij bespringen,
lederen dag, iederen nacht,
Doorloopend, moeten zijn bedacht.
Maar op de goede, die om beurten telken male
Heel uit den hemel komen dalen,
Aleer ons te bereiken, zult
Ge moeten wachten met geduld.

Jan Prins (1876-1948)
uit: Naar Aesopus

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.