Pieter Leuter, de ‘Nederlandsche Vrouwen’ en de keurslijven

Vrouwenlof of juist niet? 

Door Peter Altena

Machine om keurslijven aan te rijgen

Wie over de Rotterdamse dichter Pieter Leuter spreekt of schrijft, moet zich beheersen om niet in moppigheid over diens achternaam te vervallen. Willem Bilderdijk noemde de collega-dichters van Leuter Leuterianen en ik ben bang dat Bilderdijk daarbij gniffelde. Of ik me ook in geschrifte bezondigd heb aan lolligheden waartegen Pieter Leuter zich niet meer kan verweren, weet ik niet.

Maar ik ben Leuter wel wat schuldig. Ik heb hem geschrapt. In de promotie-editie van mijn Paape-boek komt Pieter Leuter enkele keren voor. Hij schreef in een lang gedicht over zijn verblijf in Delft. Hij was vanuit Rotterdam naar Delft gereisd om er met zijn vrouw te trouwen, vermoedelijk bleef hij er ook even. In dat lange gedicht wandelt hij door Delft en beschrijft hij de stad. Een mooie kroongetuige, maar ik liet hem te lang aan het woord over het Delft van de jongelingsjaren van Paape en hij ruimde het veld toen mijn proefschrift in een handelseditie verscheen.

Soms lees ik wel eens wat van Leuter en daarin bestaat mijn penitentie. Onlangs bekeek ik een door Leuter (Pr. Lr.) vertaald boekje, De Schadelykheid van het gebruik van baleinen keurslijven. De oorspronkelijke auteur was ‘den Heer Bonnaud’, ik zag van het boekje de tweede ‘uitgave’, zoals die in 1779 in Dordrecht bij Hendrik de Haas uitkwam. Bijzonder is het voorwerk, waarin Leuter zich richt tot de ‘Nederlandsche Vrouwen’. Ik laat de tekst ervan hier volgen, ook een kleine smaakmaker voor de nieuwe boekenweek met als thema ‘De Moeder, de Vrouw’. —Peter Altena

Aen de Nederlandsche Vrouwen

Bekorelijk geslacht, zoo juistgevormd van leden,
Dat, door uw teedre min,
De stugste harten zelfs, als buigzaem wasch, kunt kneden,
En leiden naer uw zin,
Is ’t mooglijk dat uw ziel, door wufte hartstochtstormen
Geslingerd op den duur,
Uw leest, door ’t knellend kleed, halssterrig wil misvormen,
In spijt’ van vrouw’ Natuur’,
Wier zegenrijke hand, door ’t eeuwige Alvermogen,
In al haer doen beperkt,
U onbelemmerd schept, begunstigt in uw poogen,
En uw geluk bewerkt!
Zij bloost om uw bestaen, daer ze u het lijf ziet prangen,
Van de eerste kindschheid af,
Kwanswijs om, door de kunst, volmaekter leest te erlangen,
Danze u, in ’t scheppen, gaf;
Als hadde u ’t wijs bestuur van de Oorzaek’ aller dingen
Wanschapen voortgebragt.
Dus eigentge u ’t bewind der vormverwisselingen
Van ’t menschelijk geslacht.
Intusschen denkt gij niet wat onheil, welke kwalen
Gij, door dat pramend kleên,
Uit ijdelheid bedacht, u op den hals kunt halen,
Ten ramp’ van ’t algemeen.
Schoon gij, door waen misleid, al ’t nadeel wilt verbloemen,
En ’t wulpsche nut vergroot,
Gij moogt uw kunsttuig vrij een ijslijk moordtuig noemen:
’t Bevordert zelfs uw’ dood;
Naeredien ‘t, in uw gestel, allengs uit één gewrongen,
En vaek verkeerd gezet,
Den omloop van ’t bloed, de werking van de longen,
De maeg’ en ’t hart belet.
Dus kan uw grilligheid een heir van ziekten wenken:
’t Bespringt u overal:
De ziel, aen ’t kwijnen, voelt haer geestvermogen krenken;
En ’t ligchaem neigt ten vall’.
Ook maekt gij, in het prilst’ van uwe levensjaren,
Wanneerge u dus verwrikt,
Tot schaê van ’t nageslacht, voor ’t loflijk kinderbaren
Uw leden ongeschikt.
Of zienwe een jeugdig wicht, uit uwen schoot’ gesproten,
Het kwijnt, als afgesloofd;
Zoo niet uw teedre vrucht, in ’t ingewand besloten,
Van ’t leven wordt beroofd.
Maer ’t melden van al ’t leed zou mij te ver doen dwalen
Van ’t voorgestelde perk:
Dus laet ik liefst BONNAUD de ijslijkheden malen,
In zijn kunstkundig werk.
En praelt zijn tafereel, volvoerd met stoute streken,
Alleen voor ’t Gallische oog,
Ik stel ’t voor uw gezigt, en doe hem Hollandsch spreken,
Of ’t uw gemoed bewoog’,
Om ernstig, in dit stuk, op eigen heil te letten,
En de ijdle hoovaerdij’,
Uit wanbegripp’ geteeld, het juiste perk te zetten,
Tot nut der maetschappij’.
Dit eischt dat gij Natuur’ uw lijfsgestalt’ laet voegen:
Zij zorgt voor u met vlijt’.
Gelijk dit werk betoogt. Ontvang het met genoegen:
Het wordt u toegewijd.

Pr. Lr.

Dit stuk verscheen eerder op het blog van Weyerman.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.