Komt een leraar bij het Meertens Instituut

Door Roland de Bonth

‘’Man komt ’s avonds thuis en merkt dat een andere man ’s avonds bij z’n vrouw in bed is geweest. Hij zoekt het hele huis af en kijkt tenslotte ook in de slaapkamerkast, daar staat een totaal naakte man, en toen die ene man vroeg wat de andere daar deed, antwoordde de man in de kast: U kunt het geloven of niet maar ik wacht op de tram.”

Deze mop is bijzonder. Niet omdat hij onweerstaanbaar grappig is, maar omdat hij is opgetekend in het dagboek van Anne Frank. Zelf vond ze de mop kennelijk ook niet echt de moeite waard om gelezen te worden want de pagina’s waarop deze en enkele andere schuine moppen waren opgeschreven, had Anne met bruin gompapier afgeplakt. Met behulp van nieuwe digitale technieken was het mogelijk de afgedekte pagina’s zichtbaar te maken. Publicatie van de pagina’s kon daarna niet uitblijven, want alles wat Anne Frank geschreven heeft, bezit nieuwswaarde. En op 15 mei berichtten tal van media over de pagina’s met de ‘schunnige moppen’ (zie bijvoorbeeld hier en hier).

Anne was 13 jaar oud toen ze deze schuine grappen opschreef, wat goed past bij de ontluikende seksualiteit van een puber. Misschien dat zij als jong meisje ook al hard heeft moeten lachen om onschuldiger moppen die zij had gehoord, want moppen zijn vooral onder (jonge) kinderen mateloos populair. Op de speciale kinderpagina van Onze Taal – Taaltje! – ontbreekt een mop dan ook niet.

Een mop – ook wel aangeduid als bak – is volgens het Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek een “korte, geestige, grappige of lollige anekdote met een pointe, bedoeld om mensen te laten lachen”. Moppen worden over het algemeen niet gelezen, maar verteld. Een goed gebrachte – ‘’getapte’’ mop draagt bij aan het plezier dat een luisteraar eraan beleeft. Helaas geldt het omgekeerde ook. Niets is zo funest voor een mop als iemand die de kunst van het vertellen niet verstaat.

Moppen volgen vaak een vast patroon, waarbij aan het eind een clou of pointe komt. Dit verrassende einde zorgt voor het komisch effect. De literaire waarde van moppen is gering. Toch is er wel degelijk vanuit wetenschappelijke hoek aandacht voor moppen. Zij behoren namelijk – net als sagen, sprookjes en broodjesaapverhalen – tot de zogeheten volksverhalen. Sinds 1994 worden deze op het Meertens Instituut verzameld in de Nederlandse Volksverhalenbank. Een mooie en toegankelijke manier om kennis te maken met deze verhalen is via Sagenjager waarop toeristische wandel- en fietsroutes zijn te vinden die van het ene volksverhaal naar het andere volksverhaal gaan. Een idee voor een klassenuitje?

In de Nederlandse Volksverhalenbank vormt de sage als subgenre de groep met de meeste treffers. Op de tweede plaats staat de mop met — op 24 juni 2018 – 10524 items. Ook de hierboven aangehaalde mop van Anne Frank is daar te vinden. Niet alleen de mop zelf – de hoofdtekst – wordt gegeven maar ook een korte beschrijving, de bron en een kort commentaar. De collectie moppen kan verkleind worden door te zoeken op trefwoord, op maker/verteller, taal, type bron, subgenre, decennium, verzamelaar, plaats, provincie(NL)/gewest(BE), plaats van handelen, namen en aantal woorden.

Als moppen in het huidige curriculum van het schoolvak Nederlands worden behandeld, dan vindt dat hoofdzakelijk plaats in de onderbouw. De opdrachten hebben dan betrekking op het onderdeel fictie. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar de kenmerken van dit genre. De clou aan het eind en het taboedoorbrekende karakter behoren daartoe. Ook de openingszin geeft de toehoorder direct een aanwijzing dat er sprake is van een mop – de titel van dit stuk laat er geen misverstanden over bestaan dat de inhoud met moppen van doen heeft.

Eenzelfde behandeling als moppen valt strips ten deel. Hans Hulshof en Ad van der Logt hebben in het artikel ‘Taal kijken bij Nederlands. Ambiguïteit in beeld’ (Levende Talen Magazine 2016, nr. 6, blz. 22-26) een lans gebroken voor het werken met cartoons en strips in het kader van taalstructuur, om zodoende het taalgevoel te expliciteren.

Op vergelijkbare wijze zouden moppen ingezet kunnen worden om taalkunde en grammatica aan bod te laten komen. De eerder genoemde Nederlandse Volksverhalenbank kan hierbij goede diensten bewijzen. Kies binnen het genre mop als trefwoord ‘woordspeling’ en er verschijnen 342 treffers. Daaronder bevindt zich onder andere een klassieker, die jonge kinderen soms uit den treure blijven vertellen: ‘’Ken je de mop van de mummie? Ingewikkeld hè!’’ Hoe kort deze mop ook is, ze biedt zeker een aanknopingspunt voor een taalkundige beschouwing. Waar heeft het woord ‘ingewikkeld’ hier eigenlijk betrekking op? Is dat de ‘mop’ of is dat de ‘mummie’? Vervolgens kan dan de vraag gesteld worden of de keuze voor een van beide interpretaties gevolgen heeft voor de humoristische waarde van de grap. Of is het juist de ambiguïteit die zorgt voor het komisch effect? Voor de overige 341 resultaten zouden leerlingen, al dan niet onder begeleiding van hun leraar, zelf de woordspeling kunnen analyseren. Zijn de woordspelingen in te delen in categorieën? Zijn bepaalde woordspelingen humoristischer dan andere? Is het mogelijk een rangorde van ‘leukheid’ op te stellen?

Het zou interessant zijn om dezelfde moppen door verschillende (groepen) leerlingen te laten onderzoeken, want niet iedereen heeft hetzelfde gevoel voor humor en moet om dezelfde moppen lachen. Zo wordt op de Wikipedia-pagina bij het trefwoord mop een indeling gemaakt in zeventien categorieën, bijna alle voorzien van een voorbeeld. Eén ervan wordt gevormd door flauwe moppen – ‘’moppen die door veel mensen niet als grappig worden beschouwd’’. Van een flauwe mop met woordspeling wordt het volgende voorbeeld van cabaretier Herman Finkers gegeven: “Gister is er op de afsluitdijk een caravan van de weg geblazen; 67 mensen konden worden gearresteerd’’. In de eerste zin ontbreekt een door-bepaling en op basis van onze kennis van de wereld – de wind heeft op de Afsluitdijk vrij spel – vullen wij dat als vanzelf aan met ‘’door de wind’’. De tweede zin maakt duidelijk dat die interpretatie niet correct is. In plaats daarvan blijkt dat de door-bepaling moet worden aangevuld tot ‘’door 67 mensen’’. Dat vind ik persoonlijk niet flauw maar juist bijzonder geestig.

Deze bijdrage wil ik besluiten met een citaat – het slot van het hierboven genoemde artikel van Hulshof en Van der Logt, omdat wat zij daar schrijven met betrekking tot strips en cartoons naadloos kan worden toegepast op moppen met woordspelingen:

“Kennis van de oorzaken van ambiguïteit is belangrijk ter vermijding van communicatiestoornissen. Bij ambiguïteit spelen semantiek, grammatica en logica een rol. Het is voor leerlingen een relevant taalverschijnsel om de taalintuïtie (vaak na een aha-erlebnis) onder woorden te brengen en zo de nauwkeurigheid bij het lezen en formuleren te vergroten. Toepassing hiervan in taaloefeningen behoort tot een van de opdrachten van het taalonderwijs. Bovendien: wat de leerlingen lachend leren, leren ze goed.”

Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas met de tags . Bookmark de permalink.

6 Responses to Komt een leraar bij het Meertens Instituut

  1. Rob Alberts schreef:

    Een van mijn oud-collega’s draaide 25 jaar hetzelfde lesprogramma af. Dat maakte dat hij ook dezelfde grapjes maar bleef herhalen.

    Slaapverwekkend lijkt mij dat en zeker niet humoristisch.

    Vrolijke groet,

    • Mient Adema schreef:

      Zo’n zittenblijver heeft dan wel de uitgelezen mogelijkheid de grap mede op vormgeving te beoordelen. Daar kan progressie in zitten. Bij zo’n vak zeker.

    • Peter-Arno Coppen schreef:

      Voor die leerlingen niet, denk ik, want die horen die grapjes telkens voor het eerst.

      • Rob Alberts schreef:

        Een oubollig grapje dat al 25 jaar belegen is spreekt geen puber aan.

        Zonnige groet,

      • Mient Adema schreef:

        Nee, mijn pleidooi voor die leraar had ook een zeer beperkte reikwijdte.
        Ik probeerde er nog wat van te maken. In de hoop dat hij van zijn eigen saaiheid nog wat zou kunnen opsteken. Gedwongen door die tweede luisteraar(s).

  2. DirkJan schreef:

    De mop met de naakte man zou volgens Roland de Bonth door Anne Frank zijn afgeplakt omdat ze de mop kennelijk ook niet echt de moeite waard vond om gelezen te worden. Ik betwijfel dat en ik heb begrepen dat deze passages door haar waren afgeplakt vanwege het seksuele karakter, dat is een heel ander motief. Zo begreep ik tussen de regels door uit wat berichten hierover ook dat deze fragmenten allang bekend waren, maar dat de rechthebbenden het nu pas een geschikt moment vonden om deze scabreuze tekstjes te openbaren.

    [ Als kind, en, ook later, was ik gek op moppen. Door mijn website heen heb ik er in de loop der jaren aardig wat opgetekend in eigen woorden. Hoe je een mop vertelt en opschrijft luistert heel nauw. Tussen alle moppen die ik ken, viel me een apart thema op, moppen over halve kippen. Ik heb de zes die ik ken op een paginaatje bij elkaar gezet. Aanvullingen zijn welkom! 🙂 ]

    http://www.dejongenskamer.nl/halvekip.htm

Reacties zijn gesloten.