Ingenieurs denken zelf ook na? Fout in het vwo-examen!

Door Marc van Oostendorp

Vijf jaar houd ik me nu bezig met het centraal eindexamen Nederlands. Voor de leraren die dat moeten nakijken heb ik in die tijd almaar meer waardering gekregen: binnen korte tijd moeten ze grote stapels examens nakijken. De verleiding zou kunnen bestaan om er met de pet naar te gooien, maar voor zover ik kan zien lezen de meeste leraren heel nauwkeurig ieder antwoord: in hoeverre staat daar nu wat het officiële ‘correctiemodel’ van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) verwacht?

In schril contrast hiermee staat de houding van het CvTE, die er permanent een is van arrogantie – bijvoorbeeld naar die leraren. Als zo’n leraar een fout ontdekt in de correctievoorschriften, wordt hij afgepoeierd. Als je eenmaal voor dat College mag werken, weet je kennelijk alles beter en hoef je niet meer naar die leraren te luisteren.

Ook dit jaar dreigt er weer een goed antwoord fout te worden gerekend.

Academische hokjes

Wat is er aan de hand? De vwo-scholieren moesten dit jaar onder meer een tekst lezen waarin de columniste Rosanne Hertzberger een warm pleidooi houdt voor de opleidingen die je kunt volgen aan de technische universiteiten. Een van de vragen is om een alinea samen te vatten die als volgt begint:

Maar de wereld werkt zo niet. Ingenieurs, heel vreemd, denken zelf ook na. Scheikundigen beginnen zelf bedrijfjes. Wiskundigen starten zelf YouTube-kanalen, biochemici nemen zelf regelmatig beslissingen of iets ethisch verantwoord is of niet. En natuurkundigen bedenken zelf wat hun bevindingen over de relativiteit van energie, tijd en materie betekenen voor de fundamentele vragen over het bestaan. En die robot? Terwijl de filosofen op hun eiland in Rotterdam gedachte-experimenten uitvoeren over de mogelijkheid dat robots ooit autonoom kunnen functioneren, sleutelen ingenieurs vijftien kilometer verderop daadwerkelijk zo’n revolutionaire robot in elkaar.

Volgens het officiële ‘correctievoorschrift’ van het CvTE moet in de samenvatting in ieder geval het volgende staan:

  • Bètawetenschappers denken zelf ook na / kijken allang over de grenzen van de eigen studie heen / denken niet meer in academische hokjes.

Groep of beroep

Het gaat nu om het woord bètawetenschappers. Sommige leerlingen hadden in plaats daarvan het woord ingenieurs staan, wat waar het gaat om technische universiteiten ook gerechtvaardigd lijkt (zoals zelfs een blik in de gratis online editie van Van Dale bevestigt). Maar volgens het CvTE moet dat worden fout gerekend! Er mag alleen bètawetenschappers staan.

Een van de leraren die deze fout opmerkte was Ben Salemans – leraar in Maastricht, iedere lezer van Neerlandistiek kent hem natuurlijk. Op het online-forum van Levende Talen, de vakvereniging, vertelt hij wat hem overkwam. Hij kreeg een afwijzend antwoord (natuurlijk) van het CvTE:

Bij vraag 20 wordt gevraagd om alinea 5 samen te vatten. In die alinea gaat het nadrukkelijk niet alleen over ingenieurs, maar ook over scheikundigen, wiskundigen, biochemici en natuurkundigen. Het is meer dan passend in een samenvatting om gebruik te maken van samenvattende en overkoepelende woorden en het is niet voldoende om één groep of beroep te noemen als er zes aan de orde komen. In zo’n geval mag worden geëist dat de overkoepelende term wordt gebruikt.

Door de beugel

Wat een onnozel antwoord! Niet alleen hoef je kennelijk niet te kunnen tellen bij het CvTE (zes groepen?), maar iemand die verantwoordelijk is voor een vwo-eindexamen Nederlands zou om te beginnen misschien zelf een beetje kunnen leren lezen. Het is volkomen duidelijk dat Hertzberger zelf eerst een algemene uitspraak doet over ingenieurs, en daar vervolgens vier voorbeelden geeft. Dat voor de schrijfster zelf scheikundigen, wiskundigen, biochemici en natuurkundigen voorbeelden zijn van ‘ingenieurs’.

Wat later meldt Salemans elders op dat forum dat hij nog een brief aan het CvTE heeft gestuurd – een heel beleefde brief, hij zegt niet eens dat hun antwoord onnozel is, maar wel dat hij heus niet wil beweren dat de interpretatie van het CvTE fout is, maar dat de zijne en die van tal van leerlingen (wie weet wel toekomstige ingenieurs of bèta-wetenschappers) toch ook heus door de beugel kan.

Slecht lezen

Dat was maandag. Het CvTE heeft zich niet meer verwaardigd te antwoorden. Salemans, met wie ik gisterenavond even sprak, zegt dat dit zelfs tot op dit moment niet gebeurd is, hoewel hij nog een paar herinneringsmailtjes heeft gestuurd. Ondertussen tikt natuurlijk de tijd: inmiddels worden de teksten naar zogeheten ‘tweede correctoren’ gestuurd en binnenkort is er helaas niets meer aan te doen.

Hoe is dit mogelijk? Hoe kunnen de examenmakers hun eigen teksten zo slecht lezen? En waarom zijn ze niet bereid hun fouten toe te geven?