Het werkwoord VARren

Door Marten van der Meulen

Ik was de afgelopen dagen in Engeland, en dus volgde ik het WK voetbal op de BBC. Ik begon er lekker een beetje in te komen: spannende wedstrijden, rare regels (door op gele kaarten), ik vermaakte me prima. En er is altijd de kans op een leuke taaluiting: voetbal staat bekend om z’n nieuwe woorden, uitdrukkingen in een nieuw jasje en heel specifieke interpretaties. En inderdaad: op een gegeven moment zag ik zowaar een werkwoord dat ik nooit eerder had gezien!

Hoera! In het Engels, ok, maar je kunt er donder op zeggen dat dit woord in deze betekenis ook in het Nederlands wordt gebruikt. Daar hadden we natuurlijk die geschreven vorm al wel. ‘Varren’ is simpelweg het meervoud van ‘var’, wat ‘jonge stier’ betekent (vooral bekend uit de bijbel). Als werkwoord bestond dit echter nog niet, en bovendien heeft het een andere herkomst. 

Wat is VAR?

Voor wie géén voetbal kijkt deze maand: VAR staat voor video assistant referee. Dat is een systeem dat in het voetbal wordt gebruikt (vergelijk HawkEye in tennis) om scheidsrechterlijke beslissingen te toetsen. Een scheidsrechter in het veld kan besluiten om contact te zoeken met de AVAR (de assistant video assistant referee, dat is met die herhaling dan weer niet zo fraai). Zo kunnen potentieel lastige beslissingen worden gecheckt. Hadden we dat maar gehad voor bijvoorbeeld die bal van 1966, de Handsball van Henry en de Leperd van Lampard. Zie voor meer info de Engelse Wikipedia, waar zoals altijd een goede uitleg staat, met bronvermelding en alles (jammer dat dat in Nederland maar niet lijkt te lukken).

Enfin, dit systeem bestaat al een paar jaar, en werd ook al wel toegepast, maar nog niet zo grootschalig als op dit WK, waar iedere wedstrijd gebruikmaakt van VAR. Bovendien gaat het hier om het op één na grootste sportevenement ter wereld, na de Olympische spelen, én worden er lekker controversiële beslissingen genomen. Niet zo gek dat het woord ‘VAR’ de media beheerst.

Van acroniem tot werkwoord

Nu is er dus een werkwoord van gemaakt. ‘Iets aan de VAR vragen’, of ‘de VAR gebruiken’. Dat is eigenlijk nauwelijks opvallend. We maken best vaak nieuwe werkwoorden van bestaande woorden, en ook van bestaande namen. Denk aan googlen, photoshoppen, facebooken en twitteren. Maar wat maakt VARren (volgens mij) toch nóg leuker dan de andere werkwoorden? Omdat het hoofdwoord een acroniem is. Ik vind dat lollig: het geheel wordt er namelijk enorm ondoorzichtig van. Dit komt volgens mij niet zo veel voor. Werkwoorden van afkortingen, die vinden we vaker, zoals msn’en, cc’en en ‘sms’en, maar dat ziet er (in de officiële spelling in ieder geval) lekker lelijk uit. Nee, doe mij maar een acroniemwerkwoord.

Overigens: dit is een uitstekend voorbeeld van de manier waarop het Nederlands NIET door het Engels wordt bedreigd. Ja, VAR is van origine een Engels woord, maar het wordt volledig opgenomen in het Nederlandse grammaticale systeem. Ik VAR, hij VARde, wij VARren, wij hebben ons laten VARren. Komt niet eens een leenfoneem bij kijken. Helemaal prima, niks aan de hand. Tenminste, behalve als Engeland wereldkampioen wordt. Dan gaan we natuurlijk onmiddellijk allemaal aan het Engels.

Verbogen vormen

Maar wordt het nou ook echt gebruikt? Daar is maar op één manier achter te komen. Naar de datamobiel! Bestaande corpora (laat staan introspectie) zijn hier van geen nut, want het werkwoord kan pas zijn gaan bestaan nadat de uitvinding werd gedaan, dus na 2012. Gelukkig is er Twitter. Ik zocht daar op verschillende vormen: “ik var (anders krijg je teveel ‘gewone’ VAR), ‘vart’, ‘varde’, ‘gevard’ en ‘varren’. Dat leverde minder resultaten op dan ik had gedacht. Vooral de verbogen vormen (‘ik var‘, ‘vart‘ en ‘varde‘) komen nauwelijks voor. Ik vond eigenlijk maar één voorbeeld van wat een voorbeeld zou kunnen zijn:


Verrassend genoeg komt ook ‘gevard’ nauwelijks voor (in tegenstelling tot ‘gedifficulteerd‘). Ik vond eigenlijk alleen dit voorbeeld, dat ik niet helemaal snap, maar dat, afgaande op de spelling, volgens mij wel om het videosysteem gaat.

Alleen infinitief

Ten slotte bekeek ik de infinitief. Daar vond ik al wel een paar voorbeelden van (en ik leerde dat, volgens Google in ieder geval, varren een Tamil woord is dat ‘komst’ betekent):

Opvallend is dus dat varren, net als difficulteren overigens, dus in eerste instantie alleen in de infinitief lijkt te worden gebruikt. Dat zou vreemd zijn als het om een Nederlands werkwoord gaat: worden bijvoorbeeld komt veel vaker voor als wordt dan als hele werkwoord. Maar voor Engelse werkwoorden heeft Hendrik De Smet in 2014 laten zien dat juist het gebruik van de volledige vorm gebruikelijk is. Hier sluit ook dit acroniemwerkwoord mooi bij aan (met dank aan Freek van de Velde die me op dit artikel wees). Overigens is de jeugd van dit werkwoord ook af te zien aan het gebruik van hoofdletters: bij msn’en en sms’en gebeurt dat niet meer.

Het werkwoord VARren is dus nog niet marginaal, maar het komt al wel een beetje voor. En dan heb ik het nog niet over gesproken taal: misschien hebben de mensen die voetbal in het Nederlands hebben gevolgd, het woord ook al gehoord op radio en tv? Wie overigens het verreweg beste moment qua VAR wil zien, die vervoege zich hier. Arme Duitsers. Kom maar lekker bij ons en de Italianen zitten. Ik blijf in ieder geval lekker voetbal kijken. Wie weet kom ik nog een mooi nieuw woord tegen.

Dit stuk verscheen eerder op De Taalpassie van Milfje.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Het werkwoord VARren

  1. Manfred schreef:

    Journalisten wobben.

Reacties zijn gesloten.