Poezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes

Voor de Poes

Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf
Hoog op de poten, brein omslachtig, spieren stijf,
Geen oor voor geritsel, voor buit te weinig aandacht
Ik trap in eigen vallen, ik deug niet voor de jacht.

Zo is dat. Ik hou van hoekig en onaf
Maar óók van jacht, perfecte sprongen, spel.
Jij gaat niet verder dan je kunt. Ik wel.
Ik reik naar wat niet kan als een giraf.

Old cat, lui op het bed, heilstaat in bont
Jij kent geen oude angst, geen lang verdriet
Liever een muis dan de maan. Vier poten op de grond.
Je bent een beter dier. Meer zeg ik niet.

Aad Nuis (1933-2007)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.