Amerikanen hebben geen probleem met diversiteit

De jonge generatie kookt van woede in De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Femke!” zei de voormalige boomlange, voormalige, in een manager veranderde, promovenda Sophie, terwijl ze de kamer binnenstormde waar de voormalige, in een manager veranderde postdoc Femke achter haar bureau stond om de tekst op haar laptop te kunnen kijken.

“Sophie!” zei Femke. “Goed dat je meteen gekomen bent! Ik denk dat we actie moeten ondernemen.” Ze wees naar haar scherm. Vanwege haar boomlengte moest Sophie zich een beetje vooroverbuigen.

“Die stakingen in Engeland!” zei Femke. “Ze hebben succes!” Sophies ogen begonnen te gloeien. “In Utrecht zijn er ook acties!” zei ze. “En in ’s lands hoofdstad groeit de weerstand eveneens tegen de oude generatie bestuurders.”

Een paar jaar eerder, toen ze ook al in managers veranderd waren, maar nog formeel de status van promovenda en postdoc mochten claimen, hadden Sophie en Femke eens een kamer bezet om hun onvrede te laten blijken met het systeem, dat volgens hen te weinig commissies had om precies rekening te houden met de eventuele klachten van postdocs en promovendi , te weinig ambtenaren die zich bezig hielden met inclusie, te veel geld uitgaf aan honours programma’s (of juist te weinig, dat wisten ze niet meer), enzovoort.

Gouden weken waren dat geweest. Alle eisen hadden te maken met reëel bestaande problemen, maar Sophie en Femke waren er in geslaagd geraakt volkomen van die problemen te abstraheren, zodat er alleen vage kreten overbleven waarvan niemand wist waarom ze belangrijk waren. Die strategie had gewerkt. Uiteindelijk had het faculteitsbestuur toegegeven aan al hun eisen. Sophie en Femke golden sindsdien, ook in hun eigen ogen, als succesvolle strijders voor de rechtvaardigheid.

Zij waren de jonge generatie bestuurders. En dat verplichtte hen ook nu weer op zoek te gaan naar een aantal passende eisen. De tijd was rijp om nog één keer te laten blijken hoe onafhankelijk ze waren.

“Misschien kunnen we iets doen met de hoogleraarsbenoeming?” vroeg Femke. “Dat we eisen dat de nieuwe hoogleraar zorgt voor diversiteit?”

“Dat wordt moeilijk!” Sophie keek ongelukkig. “De twee waarschijnlijkste kandidaten zijn allebei Amerikanen en die hebben geen diversiteitsproblemen.”

“Ah!” zei Femke triomfantelijk. “Amerikanen! Maar die spreken dan natuurlijk heel slecht Nederlands! Terwijl wij een strikt Nederlandstalige opleiding willen kunnen aanbieden.” Sophie keek haar verbaasd aan. “Voor een actie voor het Nederlands krijgen wij geen handen op elkaar,” waarschuwde ze. “De enige studenten die actie voeren op een Nederlandse campus zijn de internationale studenten. Acties moeten daarom in het Engels zijn. Ze schreeuwen altijd Engelstalige slogans.”

“Ah, ik heb het!” zei Femke. “Die internationale studenten roepen al een hele tijd om implementation van een diversity report dat na onze vorige acties door een Amerikaanse gasthoogleraar is geschreven. Er moeten een aantal commissies komen die regelmatig vergaderen over diversiteit en daar dan ook rapporten over schrijven voor het College van Bestuur. Maar dat eerste rapport is nog steeds niet volledig geïmplementeerd! De vereiste commissies hebben nog steeds niet vergaderd!”

“Een schande!” gaf Sophie toe. “Een duidelijk voorbeeld van de neoliberale managerscultuur, waar wij tegen moeten strijden! De relevante commissies moeten zo snel mogelijk bij elkaar komen!”

“We gaan een kampement opzetten bij de ingang van ons gebouw!”

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.