Gedicht: D. Hillenius – Wachtend voor de ingang der nieuwe muziek

Wachtend voor de ingang der nieuwe muziek
(I.S.C.M. Festival)

de viool in haar schoot
springt als een sprinkhaan open
dor, knappend

een verheugd doosje laat
oude sleutels, een horloge
dat nog gelopen heeft

de val van erwtjes
vergroot door zware toeter
engelszieke vingers met
brede koothoudende ringen
sompend zoeken over de kleppen
kaartenbakkenvol spraakgebreken
zware baarddragers, aapachtige gangen

een heer uit IJsland, een heer uit Polen
uit Italië één en uit Japan zelfs
een heer met dame met kussentje op de billen
allen dezelfde taal
zoals men begrijpt een brug
een trein, een mes, een onnut ding

elke avond lig ik klaar
zaal rij 25 stoel 9
in hinderlaag wachtend
op eindelijk grote dieren
(gedenk de naakte dame in Artis
die de leeuwen tartte)

meestal insekten
knekelwerkers
onbevriend teveelpoters
nietvliegers

snorren, kraken
uitglijden, een bom laten
af en toe stilte
of het klaar is

D. Hillenius (1927-1987)

———————————-

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.