Gedicht: G.A. Bredero – Klinckdicht aen de Kijckers

• Op 23 augustus is het 400 jaar geleden dat Bredero overleed, en daarom is 2018 Bredero-jaar. Zie Bredero2018.nl.

Klinckdicht aen de Kijckers*

Hier ziet ghy afghebeelt de bootsjes* vande Minne*,
De grillicheytjes van het dartel Venus kindt,
Dat poeselachtich wicht!* dat moeder-naackt en blindt
De grootste zielen kan vermeestren en verwinnen.

Dit kleyne guytjen, deed den Monster-temmer* spinnen
Het rocken* van een vrouw, die hy verwijft* bemindt;
‘tSchijnt buyten ons gheloof, nochtans die’t wel versint*,
Een yg’lijck schepsel heeft dit boefjen in zijn sinnen*,

Daer zit dat bengheltjen en bakert ons vernuft*
En ’t rolt en solt de mensch zo wildt, zo woest, zo wuft*,
Tot dat hy solleboldt* in hondert duyzent partjens.

Ghy oude grynzers grijs, die dit al slinx* beziet,
Dit beelde-boeckien* is voor nortsche* suffers niet:
Maer ’t is alleen ghemaeckt voor zoete lieve hartjens.

G.A. Bredero (1585-1618)

kijckers: Bredero schreef dit sonnet voor een bundel emblemata over de liefde, zodat zijn lezers ook kijkers waren
bootsjes: guitenstreken
Minne & poeselachtich wicht: Cupido
Monster-temmer: Hercules
spinnen het rocken: Hercules moest helpen bij het spinnen; het rocken is “hoeveelheid wol die op het spinrokken (een staande stok aan het spinnewiel) is gebonden
verwijft: onmannelijk
versint: bezint, overdenkt
sinnen: gemoed
bakert ons vernuft: koestert, verkwikt onze geest
wuft: onberekenbaar
solleboldt: suizebolt
slinx: afkeurend van terzijde
beelde-boeckien: plaatjesboekje
nortsche: norse, gemelijke

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.