Waalse kar in Vlaamse stad: de Bagattenstraat

Door Peter Alexander Kerkhoff

In de stad Gent kan de middeleeuwse geschiedenis je om elke hoek onverwacht bespringen. Vaak in de vorm van verwaarloosde trapgevels die verdwaald tussen de achttiende-eeuwse panden staan, maar soms ook in de vorm van geheimzinnige straatnamen. Straatnamen waarvan je soms echt geen flauw idee hebt waar ze vandaan komen en wat ze betekenen. De Bagattenstraat is er zo eentje.

De Bagattenstraat is een oost-west georiënteerde straat in de binnenstad van Gent die tussen Leie en Schelde de Nederkouter met de Sint-Pietersnieuwstraat verbindt. Zij wordt al in de dertiende eeuw in de diploma’s als pargattenstrate (1229) en pargatenstrate (1268) genoemd. De spelling met begin-p domineert in de dertiende en veertiende eeuw. Pas aan het einde van de veertiende eeuw komen we de eerste attestaties met <b> tegen, i.e. baghattestrate (1392). Tevens zien we in de veertiende eeuw een variatie in spelling van de klinker in de eerste lettergreep en verdwijnt de /r/, i.e. baghattestrate (1392), bogatte strate (1399) en begatterstrate (1428).

Zowel de variatie in initiële medeklinker (/b/ : /p/) als de klinkervariatie in de eerste lettergreep (/a/, /e/, /o/) pleiten tegen de etymologie van Gysseling (1954: 38) die stelde dat we in pargatten- met een samenstelling MidNL. parre ‘hek, omheind land’ + MidNL gatte ‘toegangsweg’ (vgl. Duits Gasse ‘steeg’, ModE gate ‘toegangspoort’) te maken hebben. Bovendien zijn er geen andere Gentse straten waar we MidNL gatte ‘toegangsweg’ in een samenstelling tegenkomen. Ook de afwezigheid in de attestaties van de volle vorm parre met dubbele /r/ en eind-schwa is problematisch. In dit geval zouden we zeker in de oudste vindplaatsen parregattenstrate verwachten, alhoewel het mogelijk is dat een soortgelijke verkorting te zien is in MNL perboim voor ouder *parreboom (zie Debrabandere 1993: 1088-1099, MNW lemma PEERBOOM). Dit voorbeeld is echter twijfelachtig aangezien het woord perboim alleen als toenaam opduikt en ook naar een perenboom kan verwijzen.

Het is waarschijnlijker dat de aanzienlijke spellingvariatie in bagattenstraat te wijten is aan interferentie met het Oudfrans. Dit is voor een stad in dertiende-eeuws Vlaanderen waar tweetaligheid al eeuwenlang de norm was niet verwonderlijk. Het kan zijn dat het om een Middelnederlands woord gaat dat met Oudfranse fonologie werd uitgesproken. Ook is het denkbaar dat we met een oorspronkelijk Oudfrans woord van doen hebben dat met Middelnederlandse fonologie werd uitgesproken. Ten slotte moeten we er rekening mee houden dat Oudfranse en Middelnederlandse spellingen in Vlaamse bronnen uit de Middeleeuwen vaak door elkaar heen lopen.

De volgende woorden komen wat mij betreft in aanmerking om het donorwoord in de straatnaam bagattenstraat te hebben geleverd, te weten Middelnederlands perket ‘balie, sluitboom’ < Oudfrans parquet (MNW lemma PARKET) en Oudwaals *bergat ‘kleine kar met drie wielen’ (vgl. Nijvel Waals bèrga ‘petit chariot à trois roues’, Bourgondisch Frans berguet, zie FEW XXIII: 68).

Indien het Middelnederlandse woord perket (overigens verwant aan MidNL perre ‘hek, omheind land’) het donorwoord is, moeten we de volgende fonologische aannames doen. 1) de Middelnederlandse /e/ in de tweede lettergreep werd door sprekers van het Oudfrans gehoord als /a/ of werd om een andere reden vervangen door /a/. 2) de Middelnederlandse /p/ werd door sprekers van het Oudfrans als /b/ geïnterpreteerd (wellicht door fonetische verstemhebbing tussen klinkers). 3) de spellingvariatie van de klinker in de eerste lettergreep is toe te schrijven aan een Oudfranse uitspraak waarbij de onbeklemtoonde klinker gereduceerd werd tot schwa. 4) de Middelnederlandse sequentie /rk/ werd door sprekers van het Oudfrans geïnterpreteerd als /rg/.

Aantrekkelijk aan deze oplossing is dat we het woord perket en parket in meerdere Middelnederlandse bronnen tegenkomen, dit in tegenstelling tot Waals *bergat. Minder aantrekkelijk is dat we moeten aannemen dat het woord meerdere malen tussen het Frans en Nederlands heen en weer is gesprongen (OFr. parquet > MidNL perket > OFr. pərgat/bə(r)gat > MidNL bagat) en al in zijn oudste MidNL vindplaats Oudfranse kenmerken vertoont. Ook voor de verstemhebbing van <rk> naar <rg> in MidNL leenwoorden in het Frans zijn geen voorbeelden te vinden. Het lijkt daarom verstandig om naar een betere kandidaat te zoeken.

Indien het Waalse woord *bergat het juiste bestandsdeel voor de straatnaam is, moeten we de volgende fonologische aannames doen: 1) de sequentie <er> in de eerste lettergreep werd <ar> in het Middelnederlands (een vaker voorkomende klankontwikkeling, zie van Loey 1971: 8, 16). 2) de Oudwaalse /b/ werd in het Middelnederlands aanvankelijk als /p/ geïnterpreteerd (wellicht door de combinatie met het MNL lidwoord, i.e. *’t pargat voor *dat bargat). Uiteindelijk werd het Oudwaalse woord ook nog van een Middelnederlandse meervoudsuitgang –en voorzien.

Aantrekkelijk aan deze oplossing is dat de variatie van de klinkerkleur in de eerste lettergreep geheel verklaard kan worden door de eerste ontlening van het Waalse woord. In het MidNL heeft het woord namelijk de accentuatie van het Waals behouden. De reductie van de klinker in de veertiende- en vijftiende-eeuwse attestaties en het verlies van de /r/ is hier dan ook Vlaams Middelnederlands en niet Oudfrans. Ook is het te begrijpen dat we het MidNL naamwoord *bargat niet vaker tegenkomen in onze Middeleeuwse bronnen. Het Waalse woord werd immers, gezien de huidige geografische verspreiding, niet overal in het Franse dialect-continuüm gebruikt en had een gespecialiseerde betekenis. Ten slotte mogen we opmerken dat deze etymologie een duidelijk benoemingsmotief oplevert. In Gent vinden we namelijk ook een karrenstraat, dus een straat van karren met drie wielen is niet zo ver gezocht.

Ik moet dan ook zeggen dat de Waalse oplossing mijn voorkeur draagt. Indien deze verklaring de juiste is, bewaart de stad Gent in de straatnaam bagattenstraat een unieke Oudwaalse woordvorm die we verder alleen in het moderne Waals van Nijvel tegenkomen. Een verrassende stukje Vlaamse taalgeschiedenis in een middeleeuwse straatnaam!

Bibliografie

Debrabandere, F. (1993). Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk. Brussel: Gemeentekrediet.

FEW = Wartburg, Walther von. 1881–1971. Französisches Etymologisches Wörterbuch; Eine darstellung des galloromanischen sprachschatzes. URL: https://apps.atilf.fr/lecteurFEW/index.php/page/view

Gysseling, M. (1954). Gent’s vroegste geschiedenis in de spiegel van zijn plaatsnamen. Antwerpen: Standaard.

MNW = E. Verwijs, J. Verdam et al.: Middelnederlandsch Woordenboek. The Hague, 1885-1952. URL: http://inl.gtb.nl