Maria, de mode van niet-vernoemen

Voornamendrift (14) 

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Populariteit van Maria, benaderd met een cumulatieve modelcurve in rood.

Je kunt het niet vernoemen van opa of oma in de eerste naam van een kleinkind beschouwen als een modeverschijnsel. Er is een eerste ouderpaar dat de er de brui aangaf, wat als inspiratie diende voor andere ouders, waarna niet vernoemen zich als een sneeuwbal verspreidde omdat de tijd er rijp voor was.  Het mooiste voorbeeld is Maria, eeuwenlang de meest populaire naam in (katholiek) Nederland. 8000 meisjes (9,5%) per jaar kregen tot 1950 Maria als eerste voornaam. Dat zijn er nu nog maar een paar honderd.

Bij het modelleren ga ik er vanuit dat jaarlijks steeds meer ouders, die dat potentieel wel zouden kunnen doen, niet vernoemen. Dat kan zo doorgaan tot er geen ouder meer is die vernoemt. Je krijgt dan een cumulatief verlies van vernoeming, zoals die als de rode curve in figuur 1 is opgenomen. Je moet ergens beginnen, in dit geval 1937, terwijl er voor de verspreiding van het niet-vernoemen 20 sociale netwerken zijn gepostuleerd omdat er uiteindelijk honderdduizenden potentiële Maria’s de naam niet meer krijgen. De imitatiesnelheid is 1,6 jaar (v=0,35).

Figuur 2. Percentage vernoeming van Maria naar de eerste naam van moeder (blauw), grootmoeder (rood) en moeder of grootmoeder (groen). De groene curve is niet de optelling van de blauwe en de rode omdat zowel moeder als grootmoeder Maria kunnen heten. Percentages zijn berekend over de kinderen waarvoor de namen van moeder en beide grootmoeders bekend waren.

Tussen 1950 en 1975 beschrijft het model de neergang van Maria (en veel andere katholieke vernoemingsnamen) heel goed, maar daarna gaat het langzamer dan voorspeld. Dat ligt niet aan een verandering in het vernoemingspatroon, dat verrassend stabiel is. In figuur 2 staat het percentage meisjes dat naar moeder, naar grootmoeder en naar moeder of grootmoeder is vernoemd. Rond 1950 werd 75% van de meisjes die de naam Maria kregen aantoonbaar vernoemd naar (groot)moeder (althans, ze hadden een (groot)moeder met die eerste voornaam). Na 1970 zakt het percentage naar een nog respectabele 65%.

Het lijkt erop dat in de jaren tachtig toch nog een vernoeming revival optrad, in de zin dat meer ouders dan je zou voorspellen op basis van de trend er voor kozen (je ziet het ook bij Johannes). Dat zou je weer een modeverschijnsel kunnen noemen. Dat inmiddels al weer grotendeels achter de rug is. Aan (groot)moeders Maria ligt het trouwens niet, die zijn er nog genoeg.