‘Er wordt gezweet’

Door Marc van Oostendorp

Een van de wonderlijkste eigenschappen van het Nederlands: dat wij zinnen in de lijdende vorm kunnen zetten die helemaal geen lijdend voorwerp hebben.

In de meeste talen heb je die nodig. Het Engels is een eenvoudig voorbeeld: Jozef bakt die taart wordt in de lijdende vorm Die taart wordt gebakken. Het oorspronkelijke lijdend voorwerp die taart wordt tot onderwerp. Als een zin geen lijdend voorwerp heeft (They danced on the streets) kan hij ook geen lijdende vorm krijgen: There was danced is geen goede Engelse zin.In het Nederlands kan het wel. Je kunt best zeggen Er werd gedanst, er werd gehuild, er wordt aan de deur geklopt. Dat is vreemd, vinden taalkundigen, ook in andere landen. De Amerikaanse Heidi Harley van de Universiteit van Arizona begon er onlangs een discussie over op Facebook:

Al snel bleek er iets interessants in de discussie. Alle door Harley genoemde zinnen worden door sprekers van het Nederlands moeiteloos geaccepteerd, maar toch kun je niet zomaar iedere zin in de lijdende vorm zetten. Het onderwerp van de oorspronkelijke zin moet een mens of een (ander) dier zijn.

De zin Er wordt geritseld is bijvoorbeeld niet zo goed, en kan in ieder geval niet betekenen dat de bladeren ritselen; het suggereert dat er mensen zijn die met bijvoorbeeld origamiblaadjes ritselen. Zoiets geldt ook voor er wordt gezoemd: dat gaat niet over een apparaat, maar over een mens of dier. Er wordt gebeld: er staat iemand aan de deur, enzovoort.

De taalkundige Marijke De Belder had een aardig voorbeeld: Er wordt gezweet. Die zin kun je zeggen als je een sportschool beschrijft, maar niet als het gaat om een te warme kaasopslag.

Het is gek: of een lijdende vorm wel of niet kan wordt bepaald door de aard het onderwerp van de oorspronkelijke zin, terwijl je dat onderwerp juist weglaat. Bovendien geldt diezelfde beperking niet voor lijdende vormen van zinnen die oorspronkelijk wel een lijdend voorwerp hadden: de zon verblindt ons kan best wij worden door de zon verblind worden, ook al is de zon voor zover bekend geen mens en geen dier. In die zin hangt de mogelijkheid van een lijdende vorm dus af van zowel het onderwerp als het lijdend voorwerp van de zin in de bedrijvende vorm. Niemand die dat eerder precies zo had opgemerkt, en toch wisten alle sprekers van het Nederlands het al.