De eerste ‘elft: waarom valt de h weg in sommige dialecten van het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

‘ello guv’nor! Dit is misschien wel het meest stereotype zinnetje voor het plat Engels. Het opvallendste detail is natuurlijk het wegvallen van die h aan het begin van hello. In het Engels komt dat best vaak voor, maar is het ook gestigmatiseerd. Tot zover is dit misschien weinig nieuws. Maar in Nederlandse dialecten komt het wegvallen van die h óók voor. In een best groot gebied zelfs, dat het westen van Vlaanderen, Zeeland en westelijk Noord-Brabant omvat. Maar waarom valt het daar weg, en hoe is dat gekomen? Recent onderzoek naar teksten uit de 13e en 14e eeuw geeft nieuwe antwoorden op deze vragen.

Uitspraak in het verleden

In een eerdere aflevering schreef ik al over hoe je onderzoek kunt doen naar gesproken taal in het verleden. Toen ging het over de 17e en 18e eeuw. Nu gaat het om bronnen die een stuk ouder zijn, namelijk om ambtelijke stukken, zoals oorkonden, uit de 13e en 14e eeuw. Tegenwoordig lijkt het taalgebruik in ambtelijke stukken nauwelijks meer op gesproken taal, maar vroeger was dat anders. Lange tijd werden woorden in hoge mate geschreven zoals ze werden uitgesproken. Als dus een woord als helft wordt geschreven als elft, dan is de kans heel groot dat het ook zo werd uitgesproken. Zelfs in geschreven bronnen die tegenwoordig als zeer formeel te boek staan.

Hypercorrectie

De onderzoekers keken dus naar woorden waarbij de h van origine wel werd uitgesproken, maar waar ze dachten dat die was weggevallen. Maar ze keken ook naar precies het omgekeerde: woorden waar eigenlijk geen h hoorde, maar waar die wel stond. Hezel in plaats van ezel bijvoorbeeld. Zo’n toevoeging is een vorm van hypercorrectie. Dat fenomeen treedt op als mensen onzeker zijn over het gebruik van een bepaalde taalvorm, bijvoorbeeld omdat deze wordt afgekeurd. Wat er dan gebeurt is dat mensen de ‘correcte’ vorm ook gaan gebruiken als die eigenlijk niet nodig is. In dit geval wisten mensen misschien dat de h-loze uitspraak niet als correct werd ervaren, en gingen ze dus ook woorden die eigenlijk met een klinker begonnen (zoals ezel) uitspreken met extra h. Dit soort hypercorrectie treedt best veel op. De bekendste voorbeelden tegenwoordig zijn overmatig gebruik van hen als het eigenlijk hun moet zijn (in bijvoorbeeld Ik geef hen iets, wat niet de traditionele regel is), en overmatig gebruik van dan als het als moet zijn (als in Ik heb net zoveel geleerd dan gisteren).

Resultaten

Toevoegen en weglaten van de h zijn, zoals de onderzoekers het zeggen, “twee kanten van dezelfde medaille”, en dus werden beide fenomenen samen onderzocht. De onderzoekers wilden vooral weten of er een kerngebied was aan te wijzen waar deze verandering begon, en of er een patroon was te vinden in hoe de taalverandering zich door de taal verplaatste. Vooral dat laatste is interessant: we weten van andere taalveranderingen dat die niet zomaar in één keer voor alle woorden plaatsvonden. In plaats daarvan verplaatsen klankveranderingen zich eigenlijk van woord naar woord. Dat laatste lijkt ook te zijn gebeurd met het wegvallen van de h. Tegenwoordig valt de h in de betreffende dialecten bij vrijwel alle woorden weg, maar in de 13e en 14e eeuw gebeurde dat bij sommige woorden wel vaak (bijvoorbeeld half en halm), maar bij andere niet of nauwelijks (bijvoorbeeld haar en huis). Over het geheel genomen gebeurde het sowieso eigenlijk vrij weinig, dat wegvallen van de h. Die klank stond dus nog sterk in de 13e en 14e eeuw, concluderen de onderzoekers. Een echt kerngebied, waar de h heel veel wegviel, kon bovendien niet worden aangewezen.

Maar waarom dan?

Dat is natuurlijk de echt boeiende vraag. Dát het gebeurt is één ding, maar waarom gebeurde het, en waarom daar? Ook hier hebben de onderzoekers een antwoord op. In het algemeen is het wegvallen van de h niet zo gek: dat gebeurt in meer talen. De h wordt wel gezien als een ‘zwakke’ medeklinker. In het Latijn is de h bijvoorbeeld al vroeg verdwenen, en ook in het Engels, zoals al eerder werd gezegd, is het een bekend verdwijning. Een hypothese voor het Engels is dat de h werd weggelaten omdat dat in het Frans óók al was gebeurd. En het Engels stond vanaf 1066 onder grote invloed van het Frans.

Hoewel de omstandigheden anders waren (in Engeland had Frans, en dus het weglaten van h, aanzien, maar in Vlaanderen niet), is dit volgens de onderzoekers toch ook de verklaring voor het wegvallen van de h in Vlaamse dialecten. Sommige van de professionele schrijvers die de oorkonden maakten waren tweetalig, en stopten dus in de ene taal wat ze eigenlijk in de andere taal moesten doen. Ook dat is niet zo gek. Sterker nog, we doen dat allemaal weleens als we een tweede taal spreken. Let er maar eens op!

Mogelijke opdrachten

  1. Een bekende weggelaten klank in veel variëteiten van het Nederlands is de n aan het eind van woorden. Maar die wordt niet altijd weggelaten. Onderzoek in welke woorden de n wel en niet wordt weggelaten
  2. Die n wordt ook niet overal weggelaten. Kun je uitvinden in welke dialecten en streektalen de n niet wordt weggelaten?
  3. Een klank die juist vaak wordt toegevoegd is de klinker in melluk (in plaats van melk). Wat is hiermee aan de hand? Wanneer gebeurt het, en waarom?

Bronnen

Rem, M., N. van der Sijs & M. van Os (2017). Verbreiding en oorzaak van h-procope en h- prothese in het Middelnederlands. Taal & Tongval 69 (2): 195–230